Verspreiding en leefgebied:
Het verspreidingsgebied van de kardinaallori strekt zich uit over een aantal eilanden noordelijk van Nieuw Ierland: Tabar,Lihir en Feni, doorlopend in zuidoostelijke richting naar Nissan en de Salomon eilanden, waar zij recentelijk de noordelijk gelegen eilandengroep Ontong Java hebben gekoloniseerd. De soort mag zich een algemeen voorkomende verschijning noemen die meestal in kleine groepen wordt waargenomen. Hun leefgebied omvat de langs de kust gelegen mangrovewouden, kokos plantages en laaglandbossen. Vaak worden ze samen met andere lori's zoals de Massena lori, (Trichoglossus h.massena) en de Meeks lori, (Charmosyna meeki), gezien, als ze zich tegoed doen aan vruchten in de woudbomen of de bloesem van de kokospalmen. Ze zijn echter wel dominant over deze soorten. Opvallend is te vermelden dat ze een voorliefde schijnen te hebben voor bomen met rode bloesem. Doordat ze continue lawaai maken verraden ze direct hun aanwezigheid maar zijn ondanks hun opvallende kleur moeilijk op te sporen.
Beschrijving:
Het geslacht Chalcopsitta's telt vier soorten die zijn onderverdeeld in 10 ondersoorten. De meest opvallende zijn misschien wel de zwarte lori's, (Chacopsitta atra). De kleur van de vier soorten kunnen we verdelen in hoofdkleuren. Bij de zwarte lori's verdeeld in vier ondersoorten, is dit, de naam duidt dit al aan is zwart. Bij de twee ondersoorten van de Duivenbode lori, (Chalcopsitta duivenbodei), is de hoofdkleur overwegend olijf-bruin. De Duitse benaming Braunlori is dus eigenlijk een zeer juiste benaming. Bij de derde soort, (Chalcopsitta scintillata), verdeeld in 3 ondersoorten, is de kleur overwegend groen. De kardinaallori, zonder ondersoorten, is over het algemeen kardinaalrood van kleur. De grote slagpennen zijn wat donkerder van tint, op de rug en vleugels meer bruinachtig rood. De veren op de borst en onderbuik zijn iets geel gezoomd waardoor een geschubd effect  ontstaat. De snavel is koraalrood en aan de basis zwart. In tegenstelling tot de overige leden uit het Chalcopsitta- geslacht bevindt zich een gele washuid aan de basis van de ondersnavel. Deze is bij jonge vogels bijna niet waarneembaar. Naarmate de vogels ouder worden, wordt de washuid breder en intenser van kleur. De poten zijn zwart met zwarte nagels. Er zijn geen duidelijke uiterlijke verschillen tussen man en pop waar te nemen, maar over het algemeen is de man forser van bouw dan de pop. Jonge vogels zien er uit als de ouders, echter wat kleiner en minder intens van kleur, de snavel is geheel zwart. Bij de meeste vogels met roodgekleurde snavels duurt het enkele maanden voordat de rode kleur zichtbaar wordt. Bij de kardinaallori duurt dit aanmerkelijk langer.
Gedrag:
Het gedrag van de kardinaallori mag opvallend genoemd worden. In de vorige eeuw werd nog geschreven over een schuwe vogel. Tegenwoordig kunnen we gerust spreken over een nieuwsgierige en opdringerige vogel. Pas ingevoerde vogels zijn aanvankelijk schuw maar raken al snel vertrouwd met hun verzorger. Het uitwassen of verwisselen van hun voer- en drinkbakken kan dan een “gevaarlijk”klusje worden. Ook het schoonmaken van hun verblijf kan soms als een riskante happening beschouwd worden. Eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik nog nooit echt aangevallen ben door mijn vogels. Toch kunnen zij een agressief gedrag ten toon spreiden, waardoor oplettendheid geboden blijft, maar het is zeker geen reden om deze vogels daarom niet te houden. Ik zou het gedrag meer als temperamentvol willen beschrijven. Wel moet ik vermelden dat van het ene moment op het andere hun humeur om kan slaan. Zo kan het gebeuren dat de vogels vredig naast elkaar op de zitstok zitten en zonder enige aanleiding elkaar plots aanvallen om even later luid krijsend over de grond te rollen. Bij deze onenigheden brengen de vogels elkaar slechts zelden verwondingen toe. Ik heb gezien hoe de pop met een poot door de man werd vastgehouden en onder de stok hing om vervolgens alle twee naar beneden te vallen en daar rustig doorgingen als hadden ze de val niet eens opgemerkt. Door hun nieuwsgierigheid denken ze overal verstand van te hebben en kunnen daardoor ook nergens van afblijven. Pas dus op als er elektriciteitsdraden binnen hun bereik zijn , of andere dingen die gevaarlijk voor ze kunnen zijn. Net als alle andere lori's houden ook de kardinaallori's van baden. Het liefst doen ze dit in een regenbui, hangend aan het gaas.
Voeding:
Voor wat betreft de voeding in de vrije wildbaan, kunnen we vermelden dat zij foerageren in de woudbomen en kokosplantage's. Het menu bestaat uit pollen, nectar, bloesems en kleine bessen. De voeding voor de kardinaallori in avicultuur wijkt niet af van andere lori-soorten. Mijn vogels krijgen in de morgen een kant en klaar voer aangevuld met wortelsap. In de avond krijgen ze hetzelfde voer echter zonder de wortelsap en in een verdunde concentratie. Het voer wordt nu aangevuld met appelmoes en honing. Als er jongen te voeren zijn laat ik de honing weg. Om de twee dagen wordt probiotica door het voer gemengd. Elke avond krijgen ze een stuk appel en af en toe een paar zonnebloem-of safloorpitten. Tevens krijgen ze af en toe trosgierst waar ze direct mee aan het werk gaan. Of ze de trosgierst ook eten weet ik niet maar ze zijn er in ieder geval wel druk mee.
Status:
Zoals al eerder geschreven, werd vroeger aangenomen dat de kardinaallori een zeldzame verschijning was. Wellicht heeft de bereikbaarheid van haar leefgebied hiertoe bijgedragen. Tegenwoordig kunne we met allerhande vervoersmiddelen het gebied vrij gemakkelijk bereiken en binnen dringen. Tevens is er meer over het leefgebied en de vogel bekend, en weten we dus ook waar we moeten zoeken. Met zekerheid kunnen we zeggen dat het een algemeen voorkomende soort is. Tot het begin van de jaren 90 was het een minder bekende soort in avicultuur. Alleen in enkele grote collecties en in enkele vogelparken kon de kardinaallori bewonderd worden. In tegenstelling tot zijn neef de geelstrepenlori, (Chalcopsitta scintillata), heeft de kardinaallori zich goed weten aan te passen. De geelstrepenlori is jaren de bekendste en meest ingevoerde Chacopsitta soort geweest, maar heeft deze titel af moeten staan aan de kardinaallori. Er zijn momenteel voldoende bloedlijnen om de vogel een gezonde toekomst in avicultuur te kunnen bieden, waardoor we dus niet meer afhankelijk zijn van verdere importen.
De kweek:
Allereerst wil ik vermelden dat er over het broedgedrag in de vrije natuur vrijwel niets bekend is. Er zou echter een geval bekend zijn over vermoedelijk broeden in de maand september, maar dit kan ook gebaseerd zijn op een broedpoging van vogels in gevangenschap. Na observaties aan het begin van de jaren negentig kon worden vastgesteld dat de nesten zich hoog in een boom of tak bevinden. Aangenomen mag worden dat de vogels op dezelfde wijze te werk gaan als de meeste andere lori's dat wil zeggen dat ze in het nest geen materiaal van buiten verwerken, maar een bodem maken van afgeknaagd hout binnen uit de nestholte. Als de vogels eenmaal gewend zijn aan hun kooi of volière, zullen ze steeds meer interesse in elkaar en de nestkast tonen en kunnen we spoedig rekenen op het eerste broedsel. Bij mijn vogels was dit al nadat ik ze twee maanden in de volière had. Nu moet ik wel zeggen dat dit een bestaand koppel was wat vermoedelijk al eens jongen had gehad. Maar ook bij pas geïmporteerde vogels laten broedresultaten meestal niet lang op zich wachten. Aanvankelijk zijn de vogels wild en schuw maar dit gedrag verbetert al binnen enkele dagen. De vogels zijn bij mij ondergebracht in een binnenvliegen. In het voorfront is in de rechter bovenhoek de nestkast gemonteerd. Deze is vanuit het gangpad toegankelijk voor nestcontrole. De nestkast heeft een bodemoppervlak van 23 + 23 cm. en een hoogte van 30 cm. In de linker bovenhoek bevindt zich het invlieggat met een doorsnee van 7 cm. Aan de binnenzijde is net onder het invlieggat een plankje gemaakt dat doorloopt tegen de achterwand van de nestkast. Dit plankje voorkomt dat de vogels bij het binnenkomen in het nest direct op de eieren komen. Als bodemvulling in het nest gebruik ik houtkrullen in een laag van ongeveer 5 cm. dik. Het plankje dat ik binnen in het nest had, is tijdens het eerste broedsel al door de vogels gedemonteerd en als nestmateriaal gebruikt. Ik kreeg mijn paar in november 1997 in mijn bezit. Het was, zoals ik al eerder vermelde een reeds bestaand paar. De vogels waren afkomstig uit een collectie vogels waaronder 2 paren kardinaallori's en een losse vogel. De eigenaar vermeldde dat het om wildvangvogels ging en een nakweek. Het oudste paar was reeds enkele jaren in zijn bezit. Het tweede paar was wat jonger en minder lang in zijn collectie. De jonge vogel was ongeveer een jaar oud. Alle vogels verkeerden in goede conditie en er werden dan ook geen problemen verwacht voor de aankomende autoreis van bijna 8 uur. Bij thuiskomst bleek dat de reis op de vogels geen negatief effect had gehad. De vogels werden in de volière geplaatst en al dezelfde dag werd de nestkast betrokken. Het duurde tot midden januari voordat het eerste ei werd gelegd. Het broeden verliep zonder problemen, alleen bleek dat de eieren onbevrucht waren. Ik laat mijn vogels, ook al is een legsel onbevrucht, altijd de normale broedduur op de eieren zitten. Ook bij de kardinalen heb ik dit gedaan voordat de eieren werden weggenomen. Het tweede legsel kwam in april. Van de twee eieren bleek er een bevrucht te zijn. Na een broedtijd van 24 dagen is het uitgekomen. Het is altijd maar afwachten of de ouders het jong accepteren. Dit ging uitstekend en het jong werd goed gevoerd. Op een leeftijd van 14 dagen heb ik het geringd met een ring van 8 mm. Vanaf die periode ben ik begonnen met het verschonen van het nest. Toen het jong uit het nest werd gehaald om te ringen, waren beide ouders in hoogste staat van waakzaamheid. Het geluid wat de vogels toen produceerden was oorverdovend. Tot het moment dat het jong terug in het nest werd gezet, hield het lawaai aan. Daarna werd het steeds minder als het jong uit het nest werd gehaald voor verschoning. Naarmate het jong ouder werd is de frequentie van verschonen opgevoerd totdat na 4 weken dagelijks de inhoud van het nest vervangen werd. De groei van het jong verliep voorspoedig en op een leeftijd van 68 dagen heeft het jong voor het eerst de nestkast verlaten. De oudervogels maakten nog geen aanstalten om aan een volgend nest te beginnen, dus heb ik besloten het jong er zolang mogelijk bij te laten. Omdat dit nogal aanhield heb ik het in januari pas bij de ouders weggehaald en samen met een jonge lori van de blauwe bergen (Trichoglossus h. moluccanus), en twee jonge stella lori's, (Charmosyna p. goliathina), in een volière ondergebracht. De ouders hebben nu weer tijd voor zichzelf en gaan ook weer vaker in het nest. Ik hoop dat zij spoedig aan een nieuwe ronde beginnen.  
De indrukwekkende Kardinaallori (Chacopsitta cardinalis).
Algemeen:
Als we over het geslacht chalcopsitta spreken, komen we vrijwel direct bij de    kardinaallori terecht. Deze soort was enkele jaren geleden nog vrijwel onbekend, maar tegenwoordig komen we haar steeds vaker tegen. Ook broedresultaat zijn geen uitzondering meer. Met haar lengte van zo'n 31 cm. mogen we haar gerust een grote vogel noemen, alhoewel zij het in gewicht verliest van b.v. de zwartkoplori, Lorius.l.lory. Het gemiddelde gewicht van de kardinaallori is 175 tot 215 gram; het gewicht van de zwartkoplori is met een gemiddelde van 198 tot 260 gram aanmerkelijk hoger. Wellicht wordt de lengte optisch versterkt door de slanke lichaamsbouw incombinatie met relatief lange staartveren. Het hele geslacht dient te worden gerekend tot de grote lori's.
Geschiedenis:
Voordat de kardinaallori ingedeeld werd tot het geslacht chalcopsitta, is zij eerst nog tot verschillende andere geslachten ingedeeld geweest. Zo werd in 1845 bedacht dat zij de naam Lori cardinal moest krijgen. Vervolgens werd in 1849 de naam Lorius cardinalis gegeven. In 1857 ingedeeld als Eos cardinalis, en in 1864 werd het gewijzigd in Eos unicolor. In 1869 is zij onder de naam Domicellis cardinalis beschreven. Enkele jaren later, in 1881, werd haar de naam Trichoglossus cardinalis gegeven. Weer een jaar later werd zij bekend onder de naam Domicellis eos cardinalis. Aan het eind van de vorige eeuw werd dekardinaallori als een zeldzame en schuwe vogel beschouwd, die onmiddellijk als ze benaderd werd wegvluchtte
Door Johnny Wierda.
© Alle foto's bij dit artikel Iggino van Bael.
Jong 20 dagen oud.
30 dagen oud.
40 dagen oud.
50 dagen oud.
60 dagen oud.
60 dagen oud en al net zo
agressief als z'n ouders.
70 dagen oud.
80 dagen oud en net
uitgevlogen.
3 maand oud.
Vader in dreighouding.
Terug.
Terug naar kweekverslagen.