Iris lori.
(Trichoglossus i. iris).
Duits: Irislori.
Engels: Iris Lorikeet.
Frans: Loriquet iris.
Herkomst: Timor en Wettar. Totale lengte 20 cm.
Ringmaat 5 mm.
Gewicht: Plm. 60/70 gram.
Broedduur 23 dagen.
Jongen uit nest na 55/60 dagen.

Deze prachtige kleine, iets gedrongen lori komt in de vrije natuur voor in drie ondersoorten die nauwelijks van elkaar zijn te onderscheiden. Ze schijnen alleen in de kleur van de schedel enig verschil te vertonen, maar aangezien ze zeer zelden in ons land geimporteerd worden kan ik dit niet met zekerheid zeggen. De 3 ondersoorten zijn: Trichoglossus i. iris, die voorkomt op westelijk Timor, Trichoglossus iris wetterensis van het eiland Wetar en Trichglossus iris rubripuleum, die z'n oorsprong vindt op het oostelijk deel van Timor. De irislori is in gevangenschap nog steeds een weinig voorkomende soort.
© Mario/Wilfried Braem.
Uiterlijk: Hoofdzakelijk heldergroen, de borst lichtgroen met een horizontale donkergroene golftekening, rug en vleugels donkergroen, voorhoofd en kruin purperrood, achterhoofd heldergroen met een wazige golftekening, achter het oog een paarse ovale vlek, snavel roodoranje,  rond de snavel kleine rode vlekjes, onderkant staart geelgroen, poten grijs.
© Peter de Wilde.
© F. Beswerda.
© F. Beswerda.
© F. Beswerda.
Meer info.
Terug naar soorten.