Blauwkop lori.
(Trichoglossus h. caeruleiceps).
Duits:Blaukopf Allfarblori.
Engels: Bleu-Haded Lory.
Frans: Loriquet à tête bleu.
Herkomst:Noordelijk Nieuw guinea
en het eiland Manam.
Totale lengte: 25,5 cm.
Ringmaat: 6 of 6,5 mm.
Gewicht: 120 tot 140 gram.
Broedduur 23 dagen.
Jongen uit nest na 56/60 dagen.
Uiterlijk: lichaamskleur groen, kop uitgebreid blauw aan voorhoofd en de zijkanten. De nekband is vaak bijna zuiver geel tot lichtgroen. Borst varieert  van oranjegeel tot oranjerood met smalle blauwe zomen. De buik varieert van donkergroen tot bijna zwartblauw soms met lichtgroene vlekjes. De onderkant van de vleugels is oranjerood met een brede gele band over de slagpennen. De snavel is oranjerood en de poten grijs.
Deze lori kwam volgens sommige liefhebbers ongeveer rond 1990 voor het eerst naar Europa en er werden al snel goede kweekresultaten mee behaald, het komt regelmatig voor dat deze soort 3 eieren legt en deze goed uitbroeden en ook de jongen goed grootbrengen. Bij de blauwkoplori  is vaak uiterlijk wel het geslachtsonderscheid te zien. Volgens Jos Hubers zijn bij veel poppen kop en buik lichter van kleur, en de meeste mannen hebben het achterste deel van kruin blauwzwart, met donkerder kenmerken op borst en buik. Voor de blauwkoplori gebruik ik broedblokken van 50 cm. hoog en 21 × 21 cm. in doorsnee. Het zijn over het algemeen zeer vruchtbare vogels die soms gemakkelijk drie nestjes jongen per jaar grootbrengen. Ze zijn op een leeftijd van een jaar meestal broedrijp.
© F. Beswerda.
© F. Beswerda.
© F. Beswerda.
Jong 4 weken oud.
Jongen 4 weken oud.
© F. Beswerda.
© F. Beswerda.
© F. Beswerda.
© F. Beswerda.
© F. Beswerda.
© Adri van Kooten.
Terug naar soorten.