Bonte lori.
(Trichoglossus versicolor).
Duits: Buntlori.
Engels: Varied lorikeet.
Frans: Loriquet varié.
Herkomst: Noord Australiè.
Totale lengte: 19 cm.
Ringmaat: 5 mm.
Gewicht: 60 tot 70 gram.
Broedduur 22 dagen.
Jongen uit nest na 40 dagen.
Uiterlijk: Hoofdzakelijk groen, voorhoofd kruin en teugels scharlakenrood. Keel wangen en achterkant van de kop grijsblauw met gele strepen. Borst en buik met verticale gele strepen welke op de buik smaller zijn dan op de borst. Neusdoppen wit evenals de oogring, de iris is geelbruin en de snavel oranje poten grijs

© www.RaymondSmith.com
© Gary Bond.
Bonte lories zijn buiten Australië praktisch onbekend maar worden in Australië zelf bij steeds meer liefhebbers gehouden en in meer of mindere aantallen gekweekt. Maar ook daar schijnt het nog wel een probleemvogel te zijn zodat  het geen algemeen gekweekte vogel is. Het geslachtsonderscheid is duidelijk zichtbaar, de kleuren van de man zijn vooral aan de kop veel intensiever dan bij de pop. In de vrije natuur komen ze nog in grote aantallen voor, ze leven meestal in groepen van zo'n 20 tot 50 exemplaren en trekken meestal over grote afstanden, naar gelang het aanbod is van voedsel.
© www.RaymondSmith.com
© www.RaymondSmith.com
© www.RaymondSmith.com
Terug naar soorten.