Koningslori.
(Eos cyanogenia).
Duits: Blauohrlori.
Engels: Black-winged lory.
Frans: Lori aux aîles noires.
Herkomst: Biak, Manim, Numfoor en Mios Num.
Totale lengte: 29/30 cm.
Ringmaat: 6,5/7 mm.
Broedduur 25/26 dagen.
Jongen uit nest na 75 dagen.
Uiterlijk: Het lichaam is rood en geheel overgoten met een violette glans. De vleugels zijn, op  de kleine slagpennen na, die rood zijn, fluweelachtig zwart.Ook de broekbevedering is zwart met een blauwe glans.  De grote slagpennen en de staartpennen zijn bruinzwart en de snavel is oranjerood. Rond het oog hebben ze blauwzwarte wangvlekken.

Het zijn vrij forse vogels met een vrij plomp lichaam die zeer tam en vertrouwelijk met hun verzorger kunnen worden. Pas geïmporteerde vogels moeten met zorg geacclimatiseerd worden. In het wild wordt deze mooie lori met uitsterven bedreigd en komt momenteel dan ook sporadisch voor bij de liefhebbers. Er wordt mondjesmaat mee gekweekt en tijdens de broedtijd zijn de vogels die normaal volledig tam zijn vaak zeer agressief, ook tegen hun verzoger. Hun stemgeluid is zeer hard en doordringend maar als ze eenmaal gewend zijn zullen ze het zeer weinig laten horen, alleen s'morgens vroeg bij het aanbreken van de dag en als ze iets vreemds in de buurt zien willen ze nog wel eens een keel opzetten en dit is dan ook tot op grote afstand te horen. Uiterlijk zijn de geslachten moeilijk te onderscheiden, over het algemeen is de man iets forser dan de pop. Bij mijn eigen konings lories was dit onderscheid duidelijk te zien. Mijn koppel bleef tijdens de broedtijd welke 27 dagen duurde zeer aggressief. De jongen blijven langer in het nest dan andere soorten nl. zo'n 12 tot 13 weken. Na het uitvliegen worden de jongen nog lange tijd door de ouders verzorgt en gevoerd maar als de pop weer aanstalten maakt om te leggen moeten ze appart gezet worden aangezien de man dan achter de jongen gaat jagen en ze kan verwonden of zelfs wel doden.































































© Jos v.d. Bergh
© Marco Boxman
Terug naar soorten.