Rode lori.
(Eos b. bornea).
Duits: Amboina Rotlori.
Engels: Buru Lory.
Frans: Lori rouge.
Herkomst: Molukken.
Totale lengte: 28/30 cm.
Ringmaat: 7 mm.
Gewicht: 150/190 gram.
Broedduur 24 dagen.
Jongen uit nest na 70/80 dagen.
Uiterlijk: Het hele lichaam is helderrood, over de vleugels loopt een plm. 2 cm. blauwe band, de grote slagpennen zijn zwart met rode spiegels, de kleine slagpennen zijn rood, de aarsstreek is eveneens donkerblauw, de snavel is oranjerood, de oogring is zwart, de poten zijn grijszwart.
















Deze prachtige helderrode lori kent nog 3 ondersoorten die qua uiterlijk weinig van elkaar verschillen, nl. Eos b.rothschildi, welke voorkomt op Ceram, Eos b. bernsteini van de Kei eilanden en Eos b. cyanonothus ook wel rode burulori genoemd van het eiland Buru.
Zoals gezegd zijn deze vier soorten zeer moeilijk van elkaar te onderscheiden, de verschillen zitten voornamelijk in de helderheid van de rode kleur en er zijn geringe verschillen in het formaat waar te nemen.
Rode lories zijn vrij sterke vogels, die eventueel winter en zomer in de buitenvolieregehouden kunnen worden mits ze kunnen overnachten in een vorstvrij binnenverblijf, natuurlijk voorzien van een dikwandig nestblok. Het zijn in hun gedragingen zeer speelse vogels en worden in zeer korte tijd erg vertrouwelijk met hun verzorger, mits men dagelijks maar enige tijd aan hen besteed. Als deze prachtige lories een goede verzorging krijgen en hun verblijf naar hun zin is zullen ze vrij snel tot broeden overgaan en hun jongen meestal goed grootbrengen.
© Doug Janson.
© Piet Zwinkels.
Kweekkoppel rode lories en 2 jongen van plm. 4 maand oud welke nog niet geheel op kleur zijn.
© Daniël Fleurus.
© Daniël Fleurus.
© Daniël Fleurus.
Burulori.
Meer info.
Terug naar soorten.