Roodnek lori.
(Trichoglossus h. rubritorquis).
Duits: Rotnacken allfarblori.
Engels: Red-collared lory.
Frans: Loriquet à collet rouge.
Herkomst:Noord Australiè en Melville eiland.
Totale lengte: 29 cm.
Ringmaat 6/7 mm.
Gewicht: 130 tot 150 gram.
Broedduur 24 dagen.
Jongen uit nest na 60 dagen.
© Robert.
© Gary Bond.
Uiterlijk: De hele kop is helderblauw met lichtblauwe streeptekening. Het effen oranjerood van de borst loopt over in een oranjerode nekband. De buik is donkerblauw tot bijna zwart.Vergeleken met de lori van de blauwe bergen hebben ze een bredere gele band op de onderkant van de vleugels. Dijen en ondertaartdekveren overwegend geel.

Deze lories leven een nomadisch bestaan en ze leggen grote afstanden af op zoek naar voedsel. Ze leven gewoonlijk in de buurt van water waar tevens veel eucalyptusbomen en papierberken groeien vooral als deze in bloei staan. Evenals de lori van de blauwe bergen  komen ze ook regelmatig in de steden voor. Als aanvulling van het stuifmeel en nectar eten ze veel fruit zoals o.a. mango's. In de vrije natuur broeden ze vooral in  het voorjaar en in de zomer maar er worden ook in de herfst wel nesten aangetroffen in holten van eucalyptusbomen op hoogten variërend van 5 tot wel 30 meter. Het is in Australië een vrij algemeen voorkomende vogel daarbuiten was hij vele jaren zeldzaam maar tegenwoordig komt hij bij de liefhebbers ook weer regelmatig voor. Hun legsel bestaat meestal uit twee eieren, soms ook wel uit 3. De broedduur bedraagt 22 tot 25 dagen, de jongen vliegen uit op een leeftijd van plm. 8 tot 9 weken. Roodneklories behoren tot de sterke soorten en bij een goede verzorging gaan ze makkelijk tot broeden over. In de jaren veertig en vijftig werd deze mooie lori in Europa vrij algemeen gehouden en aangeboden maar nadat Australië de uitvoer stopzette en mede doordat hier eigenlijk niet zoveel serieuze lorikwekers waren werden ze hier al gauw zeldzaam. Gelukkig worden ze tegenwoordig weer regelmatig gekweekt en aangeboden maar we moeten wel uitkijken dat we niet te veel inteelt krijgen want veel van de aangeboden vogels komen uit Duitsland van maar een klein aantal kwekers, uitgezondert enkele vogels die b.v. door vogelpark Walsrode uit Nieuw Zeeland geïmporteerd zijn en waarvan soms nakweek wordt aangeboden.In Australië zijn diverse mutaties gekweekt zoals lutino, grijsgroen, donkergroen enz., maar deze mutaties zijn in Europa mede door het uitvoerverbod nauwelijks bekend en dan alleen nog van foto's, zie bij                onder mutaties. Door de meer ervaren liefhebbers is meestal een duidelijk geslachtsonderscheid te zien, bij een bepaalde belichting zoals in de felle zon dan is de buikkleur van de man duidelijk donkerblauwzwart en bij de pop is de buik dan donkergroen.
© Pim Hendricksen.
© F. Beswerda.
© F. Beswerda.
Cinamon mutatie.
© Adri van Kooten.
Terug naar soorten.
artikelen