Zwartstuit lori.
(Charmosyna p. pulchella).
Duits: Goldstrichellori.
Engels: Fairy Lory.
Frans: Loriquet à croupion bleu.
Herkomst: Nieuw Guinea.
Totale lengte: 19 cm.
Ringmaat: 4 mm.
Gewicht: plm. 35/40 gram.
Broedduur 24 dagen.
Jongen uit nest na 55 dagen.
Uiterlijk: Lichaamskleur helderrood, vleugels en rug groen, stuit zwart, achterhoofd zwart met een violette glans, goudgele streepjes op de borst en flanken, onderrug van de man rood en van de pop geelgroen, middelste staartpennen rood met een gele punt, poten en snavel rood.

Deze schitterende kleine lori die niet groter is dan een grasparkiet maar wel veel sierlijker, wordt nog maar weinig ingevoerd en ze moeten met zorg geacclimatiseerd worden. Eigenlijk zouden ze alleen door zeer ervaren liefhebbers aangeschaft moeten worden, aangezien het vrij zwakke vogeltjes zijn die met veel zorg omringd moeten worden. Ze zeer moeilijk in leven te houden en vele sterven dan ook na korte of iets langere tijd. Wat hiervan de reden mag zijn is mij niet bekend, zelf heb ik al van alles geprobeerd, maar zelfs nadat ik ze meer dan een jaar in mijn collectie had stierven ze nog zonder aanwijsbare oorzaak, terwijl ze uiterlijk kerngezond leken en in prima conditie verkeerden. Wat ik wel heb ondervonden is dat ze sterk de voorkeur geven aan goed vloeibaar voedsel boven het lorivoer van normale dikte. Tevens kregen ze dagelijks een flesje honingdrank, die ook met graagte werd opgenomen. Van deze soort komt nog een ondersoort voor de Charmosyna p. rothschildi, welke in uiterlijk en gedrag maar zeer weinig van de nominaatvorm verschilt. Bij beide soorten is het geslachtsonderscheid duidelijk zichtbaar, de popjes hebben namelijk een geelgroene onderrug, terwijl deze bij de man helderrood is. Er wordt mondjesmaat met deze vogels gekweekt.
Foto's Iggino van Bael.
Terug naar soorten.