Basiskennis bij zieke lories deel 4.

Door Jos Hubers.

Een aantal onderwerpen dat in de vorige delen aan bod zijn gekomen zult U hier ook weer tegenkomen. Echter een aantal zaken worden nader toegelicht. In dit artikel wil ik namelijk dieper ingaan over het signaleren van een zieke vogel, waarom een vogel ziek wordt en wat  we kunnen c.q. moeten doen wanneer we een zieke vogel signaleren.
De eerste symptomen waarbij we alert moeten  zijn kunt U vinden in het eerste artikel van deze serie. Gemakshalve zal ik ze nogmaals hier vermelden.


1.    De vogel zit zgn. bol.
2.    De vogel slaapt met de kop in de veren en zit daarbij op twee poten.
3.    De vogel zit met wippende staart.
4.    Verenconditie bij de cloaca, bijvoorbeeld natte veren of zelfs tegen de onderkant van de staart.
5.    De keel beweegt (vaak alleen van zeer nabij te zien).
6.    De vogel geeft over of heeft neiging tot overgeven.
7.    De vogel piept synchroon met de ademhaling.
8.    De vogel heeft een dikke onderbuik (zonder dat er sprake is van eventueel het leggen van een ei).
9.    Gesloten ogen, natte ogen, opgezette oograndjes etc.
10.    Moeite met het zitten.
11.    Moeite met of vliegen, niet stabiel etc.

Een aantal van bovenstaande symptomen komen vaak tegelijk voor. Wanneer we constateren dat een vogel niet 100% in orde is, is het zaak om de vogel direct apart te zetten. De eerste fout die we maken is om de vogel te laten zitten waar die zit in de hoop dat we iets verbeeld hebben. Meestal wordt dan een aantal uren later nog even gekeken of de vogel inmiddels weer normaal zit. In de praktijk blijkt het zo te zijn dat desbetreffende vogel meestal echt niet in orde is. Willen we de vogel een zo groot mogelijke overlevingskans geven dan dienen we hem ook direct apart te zetten. Het is niet alleen in het belang van de betreffende vogel maar ook voor eventueel andere vogels in dezelfde ruimte. Het is namelijk mogelijk dat de vogel aan een besmettelijke ziekte lijdt. De eerste stap die we zetten is de vogel checken op uiterlijke symptomen, dat wil zeggen, controleren of de vogel eventueel gewicht is verloren. In een vroeg stadium is dat vaak slecht of helemaal niet te zien. Verder de ogen bestuderen, de snavel zowel de buitenkant als de binnenkant bekijken en de algemene conditie van de veren etc. Daarna isoleren, bij voorkeur in een ziekenkooi, waarin we een stuk papier als bodembedekking gebruiken. Vanaf dat moment is het goed te volgen of de vogel normale ontlasting heeft of dat de kleur afwijkend is bijvoorbeeld groen of zwart. Zwart geeft aan dat er ergens sprake is van bloedverlies tussen de slokdarm en de anus. Een groene ontlasting zien we meestal bij een vogel die erg weinig eet zodat de (groenachtige) galkleurstoffen de kleur van de ontlasting bepalen. Wanneer de kleur bijna wit is dan heeft de vogel al gedurende langere tijd geen voedsel tot zich genomen en zie je eigenlijk alleen nog maar urine. De vogel verliest dan zijn laatste resten vocht. Ziet men de vogel met opgezette veren zitten dan gaan we de temperatuur van de ziekenkooi zodanig opvoeren tot dat de vogel weer zit als een normaal gezond exemplaar. Van te voren is echter nooit te zeggen hoe hoog de temperatuur opgevoerd moet worden. Vaak is het wel zo hoe zieker de vogel is hoe hoger de temperatuur moet zijn. Waarom moet de temperatuur omhoog? Niet alleen omdat de vogel er dan beter bijzit maar vooral vanwege de verhoging van de weerstand van de vogel. Een vogel gaat dik zitten om zichzelf op temperatuur te houden door middel van het vasthouden van lucht tussen de veren. Dit kost de vogel veel energie dat het dier beter zou kunnen gebruiken om de ziektekiemen te bestrijden. Dit moet men vooral niet onderschatten. Wanneer een vogel niet al te ziek is, kan het zijn dat alleen de temperatuursverhoging van de omgeving al voldoende is. Mijn eigen ervaring is dat vooral de eerste halve dag cruciaal is. Wanneer de vogel door de temperatuursverhoging, normaal eet en actief is, kan men het eventueel hierbij laten. Het is zaak de vogel verder goed te observeren. Nooit de temperatuur te snel afbouwen. Persoonlijk zou ik daar pas na een dag of vijf mee beginnen en dan stap voor stap . Bijvoorbeeld de vogel komt uit een omgevingstemperatuur van ca. 18 graden Celsius en we hebben de temperatuur verhoogd naar 30 graden dan beginnen we na vijf dagen de temperatuur per dag  met ongeveer 3 a 4 graden naar beneden bij te stellen zodat de oorspronkelijke omgevingstemperatuur binnen ongeveer  4 dagen bereikt is. Daarna nog een dagje op deze temperatuur laten zitten voor dat de vogel weer in zijn oude omgeving wordt teruggeplaatst. Lastiger wordt het wanneer de vogel geen eetlust vertoond. Het is in ieder geval belangrijk als we dan een kropnaald kunnen hanteren waarmee we de vogel wat vocht kunnen toedienen. Dit is erg belangrijk om uitdroging te voorkomen. De volgende stap is om met de vogel naar een goede (vogel)dierenarts te gaan. Neem tevens wat ontlasting mee. Deze kan dan direct bekeken worden en eventueel ook op kweek gezet worden. Vooral het laatst duurt even. Dat is ook alweer een reden om met de kropnaald overweg te kunnen. Ik raad dan ook een ieder aan die er niet mee overweg kan om dit te leren van een liefhebber met ervaring. Vroeg of laat redt men er een vogel mee. Wanneer de vogel lijdt aan een infectie aan de krop door bijvoorbeeld candida of flagellaten  dan kan men dat al in een vroeg stadium geconstateerd worden  waarna al direct met de medicijnen gestart kan worden. Hierbij is een kropnaald vaak een onontbeerlijk hulpmiddel. Vooral als de vogel steeds al het voer er uit gooit kan men met een kropnaald vaak toch nog heel kleine hoeveelheden zout  water met het geneesmiddel geven, iets wat de vogel normaal niet zo gauw uit een bakje zal drinken. Nazorg; Wanneer een zieke vogel aan het herstellen is dan zijn we er nog niet. Belangrijke punten zijn o.a.:


1.    Vogel niet te snel terugzetten.
2.    Na eventueel een antibioticakuur voor enige tijd een Vitamine B complex verstrekken.
3.    Dagelijks Probiotica geven.
Ad 1.
Dit spreekt eigenlijk voor zich; een vogel moet echt de eventuele kuur er op hebben zitten en daarna nog een paar dagen laten bijkomen. Dit gaat tezamen met punt 2 en 3.
Ad 2.
De vogel is nog steeds in isolatie. Vitamine B complex dient er onder andere voor om de aangetaste darmflora (de nuttige bacteriën) weer op peil te brengen.
Ad 3
Probiotica zijn de zogenaamde nuttige bacteriën en dienen er ook voor om de darmflora weer op orde te brengen. Door er voor te zorgen dat er een goede populatie nuttige bacteriën aanwezig is, hebben de schadelijke soorten minder kans. Probiotica kan men het beste altijd met een zekere regelmaat verstrekken. Probiotica kan ervoor zorgen dat ziektekiemen minder kans krijgen om toe te slaan. Wanneer de ex-zieke vogel terug komt bij  bijvoorbeeld de partner dan is het raadzaam om nog even door te gaan met de verstrekking van vitamine B (overplaatsing zorgt ook weer voor wat extra stress). Het kan geen kwaad dat de andere vogel(s) de extra vitamine B binnen krijgen. Een teveel aan deze wateroplosbare vit.B wordt toch weer door de urine (ontlasting) uitgescheiden.
Aangezien er hele boekwerking over ziekten bij vogels zijn verschenen zou er nog wel meer over geschreven kunnen worden. Toch wil ik het hierbij laten omdat het mijn  bedoeling was om in het kort te laten zien hoe we op een simpele manier zelf iets kunnen doen wanneer we een zieke vogel in onze collectie ontdekken. Ik hoop dat ik zo op mijn manier toch een bijdrage heb mogen leveren.