Blauwstrepen lori.

De Blauwstrepen lori, Eos reticulata



Verspreiding
Van oorsprong komen ze voor op de Tenimber eilanden, later zijn ze ook ingevoerd op de Kei-eilanden en Damar, Indonesië.

Algemeen
Tot aanvang van de zeventiger jaren werd deze lori zeer weinig gehouden. Hierna werden ze regelmatiger aangeboden. In Europa worden ze al jaren niet meer geïmporteerd. Momenteel wordt deze lori sterk bedreigd in zijn natuurlijke omgeving, enerzijds door houtkap, anderzijds door de handel. Gelukkig worden ze in avicultuur regelmatig gekweekt.
Een probleem bij deze soort is de verhouding van de aantallen mannetjes en vrouwtjes. Met behulp van kweekprogramma’s en studbooks kunnen we dit probleem gedeeltelijk oplossen.
De blauwgestreepte lori is een robuuste vogel van zo’n 30 cm. De foto geeft duidelijk de kleuren weer zodat ik een beschrijving achterwege laat.
Het is een aangename vogel, die zelfs voor beginners geschikt is. Nakweekvogels worden in het algemeen snel vertrouwelijk en tam. Hun schrille stemgeluid kan tot problemen leiden met eventuele buren.
Het beste komen deze lori’s tot hun recht in een buitenvolière. Ze spelen graag en je ziet ze dan ook regelmatig de allervreemdste capriolen maken.

Accommodatie
Mijn eerste paar blauwgestreepte lori’s heb ik in 1985 aangeschaft. Dit paar had bij een vriend van mij al eens bevruchte eieren gehad. In die tijd bezat ik nog volières die voor parkieten gemaakt waren. In de winter daalde de temperatuur soms tot 10 of meer graden onder het vriespunt. Ondanks dat zaten de vogels er steeds monter bij. Alleen de voeding gaf mij wat meer werk.
Na onze verhuizing in 1990 zijn ze ondergebracht in mijn nieuwe lorivertrek. Het onderkomen is massief ommuurd, rondom geïsoleerd, kompleet betegeld en kan indien nodig worden verwarmd. Het binnengedeelte voor de blauwgestreepte lori’s is 0,80 x 0,80 x 1,00 m. De aansluitende buitenvolière heeft een lengte van 2,50 m. Het binnenhok lijkt wel klein, maar men moet bedenken dat de vogels het grootste deel van de tijd buiten doorbrengen. Alleen bij nat weer of bij extreem warm weer zoeken ze de binnenvolière op. In de winter wordt de temperatuur op ten minste 10 graden gehouden.
De bodem van het buitengedeelte is met grote kiezel bedekt. Dagelijks wordt bij goed weer ongeveer 10 minuten de besproeiingsinstallatie aangezet, wat bijna alle lori’s een genoegen vinden. Mijn blauwgestreepte lori’s zijn volstrekt niet schuw, maar ze houden vanaf het begin een zekere vluchtafstand aan en pakken geen lekkere etenswaren uit de hand. Staat men een stukje van het hok vandaan, dan komen ze direct aan het gaas gevlogen om hun dreiggebaren voor te dragen. Hierbij worden de veren en vleugels gespreid en onder voordurend gebuig wordt er geblaasd.


Voeding
In de eerste jaren heb ik mijn lori’s gevoerd met een zelf gemengde brei van kindervoeding, vruchten enzovoorts. Sinds 2 jaar geef ik de vogels een kant en klaar product van een Nederlandse firma. Van dit mengsel maak ik een wezenlijk kleinere hoeveelheid (ca. 220 ml. voor het paar blauwgestreepte lori’s) klaar. Het wordt door de vogels beter verteerd, de vervuiling is geringer, betere kweekresultaten en minder werk met de bereiding. Aanvullend geef ik om de andere dag groenvoer, groenten en verschillende vruchten. Kalk wordt regelmatig in de vorm van een sepiaschelp gegeven. Verse wilgentwijgen om te knagen worden ook geregeld aangeboden. Zieke vogels heb ik de laatste tijd nog nauwelijks. In mijn oude onderkomen had ik veel eerder problemen, omdat deze moeilijk schoon te maken was en daardoor de hygiëne soms te wensen over liet. Meestal treedt dan schimmelvorming (Aspergillose, Candidiasis) op. Hiertegen helpt het beste Nistatine (is verkrijgbaar in poeder, zalf of druppelvorm). Ik geef de voorkeur aan de vloeibare vorm, waarvan ik naar gelang de vogelgrootte enkele druppels in de lori-pap doe en dat dan 2 weken lang volhoud. Dit preparaat kan zonder bezwaar gegeven worden zijn. In de regel gaat het met de patiënt al na enkele dagen weer beter. Tweemaal per week wordt door het voer yoghurt met levende culturen (bacteriën) gegeven ter ondersteuning van de kropflora.

De kweek
Wanneer men een gegarandeerd paar heeft dan kweken blauwgestreepte lori’s normaal zonder problemen. Er zijn nog steeds liefhebbers die menen aan de meest uiteenlopende kenmerken te kunnen zien wat een mannetje of vrouwtje is. Vaak klopt het ook wel, maar bij lori’s kan men de allervreemdste gedragingen aantreffen. Bijvoorbeeld het paren van twee vogels van gelijk geslacht. Ik laat alle vogels altijd endoscoperen. Hoewel dit ook niet altijd foutloos gebeurt, is dit toch nog de zekerste methode.
Blauwgestreepte lori’s moeten tenminste tweejarig zijn voordat men ze kan inzetten voor de kweek.
De nestkast hangt in de binnenruimte. Ik gebruik inmiddels alleen nog zelfgetimmerde kasten uit ca. 20 mm sterke planken. Deze worden in L-vorm vervaardigd, omdat in het begin bij de gebruikelijke hoogstamvormen verschillende legsels door het onstuimige gedrag van sommige lori’s werden verwoest. De nestkast voor de blauwgestreepte lori’s heeft een grondoppervlakte van 22 x 30 cm, een hoogte van 40 cm en een invlieggat met een doorsnede van 7 cm. Wat het formaat en de vorm van de nestkasten aangaat, zijn de meeste lori’s niet erg kieskeurig. Als strooisel gebruik ik grove houtmolm van afgestorven bomen. Deze wordt door de lori’s naar behoefte verkleind.
De broedtijd is niet exact aan te geven. Het hele jaar kunnen de vogels in broedstemming zijn.
Het legsel bestaat gewoonlijk uit 2 eieren, grotere legsels zijn mij onbekend. Na ongeveer 25 dagen komen de jongen uit. Ze zijn dan bedekt met een primair laagje witte dons. Wanneer ze ongeveer 2 weken oud zijn, ring ik ze met een 6,5 mm. ring. Indien alles normaal verloopt vliegen de jongen na een relatieve lange periode van ongeveer 12 weken uit. Vaak worden 2-3 broedsels in een jaar verwezenlijkt. Gebroed wordt er zowel in de zomer als ook in de winter. Daarom is het ook beter als de ruimten kunnen worden verwarmd. Het eerste broedsel bij mijn koppel verliep zonder problemen. Bij het tweede en de daaropvolgenden traden er toch problemen op. De jonge dieren worden zodra de eerste veren verschijnen geplukt door de ouders. Dit kende ik al van mijn rode lori’s. Het schijnt dat dit probleem vaker voorkomt vooral bij Eos-soorten. Er zijn vogels die de jongen alleen een beetje plukken op borst en rug, andere plukken de gehele jongen kaal, inclusief de belangrijke vleugelpennen.
Er zijn verschillende mogelijkheden om hier iets aan te doen.
Bijvoorbeeld het mannetje er uit halen, het vrouwtje brengt de jongen ook wel alleen groot. Indien het mannetje alleen de plukker is dan kan dit al een afdoende oplossing zijn. Het nest in tweeën delen door middel van een stuk gaas wordt door de meeste lori’s ook geaccepteerd, de jongen worden dan door het gaas heen gevoerd. Het wil soms ook wel helpen om de deksel van de nestkast af te laten. De meeste liefhebbers schijnen echter de jongen van plukkende lori’s met de hand groot te brengen. Doordat lori’s vloeibaar voedsel tot zich nemen is het relatief makkelijk om de jongen met de hand te voeren. Ook zijn ze snel in staat om zelf te eten. Als het zover komt dat ik de jongen met de hand moet voeren, dan krijgen ze de eerste voeding om 06:30 en de laatste voeding ‘s avonds om 11:00 uur. Afhankelijk van de leeftijd worden ze met intervallen van 2 tot 5 uren gevoerd. De pap wordt licht verwarmd gegeven. Wanneer ze het stadium bereiken dat ze zelf leren eten, wordt de pap minder verwarmd. De jongen haal ik uit het nest zodra de eerste veren doorkomen. Vele kwekers zijn bang dat jongen, die door de mens zijn grootgebracht, het af zullen laten weten bij de kweek. Tot nu toe heb ik er nog geen nadeel van ondervonden.
Bij probleemparen kan men ook de jongen wegnemen en bij pleegouders onderleggen. Men moet vooral de eerste dagen goed controleren omdat dat niet altijd succesvol verloopt. Bij een kweker heb ik eenmaal gezien dat een paar geelstrepenlori’s, Chalcopsitta scintillata, 4 jongen grootbracht. Dit waren 2 eigen jongen, 1 roodneklori, Trichoglossus h. rubritorquis en 1 muskuslori, Glossopsitta concinna.
Hierboven heb enkele mogelijke oplossingen ten aanzien van het verenplukken aangedragen. Wanneer men niet ingrijpt dan kan het gebeuren dat in het ergste geval jonge vogels zodanig beschadigde vleugels oplopen dat ze nooit meer kunnen vliegen.
Voor mij is de blauwgestreepte lori nog steeds een boeiende vogel om te houden.

Door Paul Tiskens, Duitsland.
Met toestemming overgenomen uit Lori Journaal.

Terug naar soorten.