Chalcopsitta’s in de verenigde staten.

Chalcopsitta lori’s in de Verenigde Staten
Door Magrethe Warden, U.S.A.
Met toestemming overgenomen uit Lori Journaal


Van alle soorten lori’s die in de VS verkrijgbaar zijn, is de groep van de Chalcopsitta’s de meest favoriet bij mij. De leden van deze groep zijn: geelstrepen lori, Chalcopsitta scintillata, de duivenbode lori, Chalcopsitta duivenbodei, de zwarte lori, Chalcopsiita atra. De leden uit deze lorifamilie zijn groter als de gemiddelde lori en hebben een lange afgeronde staart. Hun oorsprong vinden ze in New Guinea en enkele omliggende eilanden. Momenteel schijnen ze behoorlijk goed gevestigd te zijn in hun natuurlijke leefgebied. Het meest opvallend aan deze groep is de naakte huid rond hun snavel. Ze zijn niet zo bont en uitbundig van kleur als sommige leden uit andere groepen, maar in mijn opinie maakt het eenvoudige ze juist meer aantrekkelijk.

In het geheel gezien is deze groep lori’s de meest “lieve en aardigste” onder de lori’s. hun spoor lijd enkele honderden jaren terug de geschiedenis in. In het boek “The Loriidae” uit 1896, schrijft St. George Mivart het volgende over deze lorifamilie: “Ze komen regelmatig in de nabijheid van menselijke bebouwing wat er toe lijde dat ze vaak werden gevangen. Daarna zijn ze makkelijk tam te krijgen en twee uit deze groep schijnen de aardigste onder de vogels.” Van de Chalcopsitta-groep zegt Mivart verder dat ze spontaan in de huizen komen en dat maakt ze tot een uitstekend huisdier voor diegene die de harde hoge tonen, die de vogels regelmatig laten horen, kunnen tolereren.

De zwarte lori is in mijn opinie een soort die vaak onterecht op de achtergrond wordt gezet. Deze vogel is zonder enige twijfel de meest mooie verschijning van een lori. Op het eerste moment zou je zeggen het is een zwarte kraai met een gebogen snavel, maar als je verder kijkt zie je pas dat dat een foute beoordeling is. Hoewel de vogel geheel zwart van kleur is, zie je duidelijk een purperen glans over het verenkleed. Bij de volgende blik zie je gele en rode veren. De zwarte lori’s die ik heb gehad waren allemaal op z’n minst 30 cm groot en hadden een gewicht van omstreeks 250 gram. Ondanks dat ze net zoveel lawaai produceren als andere papagaaien, vind ik ze allemaal, inclusief mijn kweekvogels, lief en genegen. Ze zijn onbevreesd, zoals lori’s horen te zijn. Over de zwarte lori schrijft Mivart:” hij schijnt de menselijke nederzettingen te benaderen en wordt vaak gevangen genomen en tam gemaakt.” De zwarte lori’s zijn waarschijnlijk de oudst bekende lori-soort. Zowel Mivart als ook Rosemary Low dateren ze terug tot 1771 omdat ze genoemd worden in een reisverslag over New Guinea van Sonnerat. Ze hebben niet de reputatie van goede sprekers of imitators maar sommigen zeer vermakelijk zijn.

De deelstrepen lori heeft een goede reputatie als huisdier. Deze vogels hebben een donker groen verenkleed, een rood voorhoofd. De achterkant van de kop en de nek is gestreept met heldere gele strepen. De rug is donker. Ze zijn slecht iets kleiner als de zwarte lori. Mensen die deze vogels hebben beschrijven ze vaak als aardige vogels die liefdevol en goed gehumeurd zijn maar is vaak een éénmansvogel. Over de geelstrepen lori zegt Mivart: ”Het is een volgzame vogel en makkelijk te domesticeren.”  Omdat ze vaak nogal veel vuil maken hebben de meeste liefhebbers het extra werk wat dat met zich mee brengt er graag voor over omdat het zulke lieve huisdieren zijn. Een vriend van mij beschreef de begroeting van zijn geelstrepen lori alsof hij met het hele lichaam geroete en de opwinding niet binnen kon houden.

De duivenbode lori is een bruine vogel en daarmee de volgende opvallende verschijning uit deze groep. Het verenkleed is overwegend bruin met gele veren en kleurvelden op de dijen, rond de snavel, op het voorhoofd en onder de vleugels. De snavel is zwart. Als huisdier zijn deze vogels aardig en betrouwbaar en schijnen iedereen te mogen. Het zijn echt goede huisgenoten. Het blijven echter lori’s dus schrik niet van hun hoge schrille geluids uitstoot.

Zoals dat voor de meeste lori’s geld, geld dit ook voor de leden uit deze groep: alles is speelgoed. De meest interessante diengen onder het speelgoed zijn die dingen die geluid maken. Ballen, allerhande dingen met belletjes en dingen waarmee gegooid en gestoeid kan worden geven een grote vermakelijkheid. Sommigen zijn gek op plastic dekseltjes en cups of een kartonnen doos. Ze houden er ook van om aan een touw heen en weer te zwaaien of touw met knopen erin die los gehaald kunnen worden.

Een ruime kooi is een must voor deze vogels. Sommige eigenaars hebben ze in een kooi die groot genoeg is voor een ara. Zelfs mijn enkle zwarte lori heeft al een kooi van 1 meter bij 1 meter en 60 cm hoog. Een kleinere kooi is alleen acceptabel als de vogel met zeer grote regelmaat buiten de kooi kan verblijven. Lori’s kunnen agressief en vol kattenkwaad zitten tegenover andere vogels en moeten dus niet bij andere lori’s of andere vogels gehouden worden tenzij ermee gekweekt word. Mochten ze toch buiten de kooi in contact kunnen komen met een andere vogel zorg er dan voor dat de vogels nooit alleen gelaten worden.

De verzorging van lori’s is eenvoudig. Begin met een goed voer zoals Lori Life of Necton. Vul dit aan met een ruime hoeveelheid vers fruit en groente. Mijn lori’s zijn dol op papaya, maïs, erwten, appel, bessen, meloen, zoete aardappel, mango, peer en gekiemde zaden. Van alle lori’s schijnen de Chalcopsitta’s het gevoeligst te zijn voor ijzerstapelingsziekte. Het is belangrijk dat de totale hoeveelheid ijzer in het voer lager blijft dan 100 ppm (parts per  million).  Dit kan bereikt worden door een goede basisvoeding aan te vullen met fruit en groente met een laag ijzergehalte.

Alle lori’s zijn gek op water. ze moeten dan ook altijd de beschikking hebben over voldoende water. Het zijn liefhebbers van baden en kunnen daar dan ook geen genoeg van krijgen. Een plantenspuit of een platte badschaal in onontbeerlijk voor deze vogels. De meeste lori-houders laten hun vogels baden in het ligbad met slechts een klein laagje water. Badtijd betekend vaak het luidruchtigste onderdeel van de dag. Ze maken er al snel een vreugdevol evenement van.

Als we met Chalcopsitta’s gaan kweken kunnen we het best beginnen pet paren die samengesteld zijn uit jonge vogels zodat ze samen volwassen kunnen worden. Geef de vogels de tijd om aan elkaar te wennen alvorens ze bij elkaar in een kooi te plaatsen. Het is belangrijk om de Chalcopsitta’s een zo groot mogelijke volière te geven zodat ze ruimte hebben om te vliegen en te spelen. De meeste kwekers hebben succes met de zogenaamde “L”-vormige of laars-vormige nestkast. De nestkasten die ik gebruik zijn ongeveer 25 cm bij 25 cm en 45 cm hoog en hebben een invlieggat van z’n 9 cm in doorsnede. Een legsel bestaat uit 2 eieren die in een periode van 24 tot 25 dagen worden uitgebroed. Het met de hand voeren van jonge lori’s is relatief makkelijk. Ze kunnen op een leeftijd van 2 tot 3 weken uit het nest gehaald worden en in een warme kunstmoeder geplaatst worden. in het begin moeten ze iedere 3 tot 4 uur gevoerd worden met uitzondering van een 8 uur durende periode tijdens de nacht. Ik voer een commercieel voer met een laag ijzergehalte gemengd met Lori Life nectar en schakel langzaam over naar een compleet nectardieet. De eerste dagen vermeng ik appelmoes, en fruitcompote (voor baby’s) met het voer. Kleine papieren bekertjes zijn ideaal om de jongen mee te voeren. Ze zijn een stuk makkelijker en er word minder voer gemorst. Ik heb gemerkt dat jonge lori’s snel onafhankelijk worden en snel leren en door hun natuurlijke nieuwschierigheid accepteren ze snel nieuw voer. Op het moment dat de jongen mobiel zijn word hun een variëteit aan nieuw voer voorgezet inclusief kleine stukjes fruit en groente. Met de hand opgefokte Chalcopsitta’s zijn geheel zelfstandig op een leeftijd van zo’n 8 tot 9 weken.

Voor die gene die met lori’s wil beginnen zijn de Chalcopsitta’s een aanrader. Als ik slechts één lori zou mogen hebben zou het er met zekerheid één zijn uit deze groep. Ze zijn aantrekkelijk en toegewijde gezelschapsdieren die jaren lang plezier geven aan die gene die ze mogen verzorgen.

Literatuurlijst:

Mivart, St George, “the Loriidae A Monograph of the Lories or Brush Tongued Parrots Composing the Family Loriidae”, London, 1896

Low, Rosemary, “Lories and Lorikeets”, London, 1977

Low, Rosemary, ”Hancock House Encyclopedia of the Lories”, 1998 .