Kweken met Vijgparkieten.

Kweken met  vijgpapegaaien

Door Siegfried Corn, Oostenrijk.
Met toestemming overgenomen uit Lori Journaal.

Vijgpapegaaien zijn vogels die we in vogelparken en privé-collecties niet vaak zien. De reden daarvoor zal enerzijds aan de voeding te wijten zijn en anderzijds met het onderkomen en de daarbij behorende verzorging.

Ik kreeg mijn eerste vijgpapegaaien in 1994 uit vogelpark Walsrode. Het waren 1 paar Edwards vijgpapegaaien, Psittaculirostris edwardsii, 1 paar Desmarest vijgpapegaaien, Psittaculirostris desmarestii, en 1 paar Salvadori vijgpapegaaien,  Psittaculirostris salvadorii.
De paren kregen ieder een volière ter beschikking van 2,8 meter lang, 0,9 meter breed en 2 meter hoog. Omdat de volière uit hout vervaardigd was moest ik al snel vaststellen, ondanks dat ik wekelijks verse wilgentakken gaf, dat dit niet het juist gekozen materiaal was om een volière van te bouwen voor dit soort vogels. Vijgpapegaaien zijn toch grotere knagers als dat ik had verwacht. Alle vogels waren jongen dus ik hoefde nog niet aan broedresultaten te denken. Helaas moest ik ook enkele verliezen incasseren, lesgeld noemen ze dat geloof ik.

In  september1996 overwoog ik een verhuizing naar een andere woonplaats. Vanaf de aankoopdatum in 1994 tot 1996 zocht ik naar collega-kwekers. Ik hecht grote waarde aan dergelijke contacten en ik vond deze bij een Nederlandse liefhebber. Toen ik hem een bezoek bracht  en  zijn volières bezichtigde, werd mij duidelijk dat mijn manier van huisvesting, binnen in mijn huis, niet de ideale manier is. Vijgpapegaaien zijn vogels die  snel in paniek kunnen raken als ze in de grote volière  benaderd worden. Dit hield in dat er voor mijn vogels een verandering in woonruimte aan zat te komen. De collega-kweker uit Nederland kweekte zijn vogels in ruime kistkooien. Zijn vogels waren veel rustiger en minder schuw dan mijn vogels. Een totale verbouwing van mijn kooien stond niets meer in de weg. Ik maakte eerst een bouwplan. Er werden 5 kweekkooien gebouwd met volgende afmetingen: lengte 1,5 meter, breedte 0,5 meter en een hoogte van 1,8 meter. De hoogte is daarna gehalveerd zodat er 2 boven elkaar gelegen kooien ontstonden van 0,9 meter hoog, en een totaal van 10 kooien. Als materiaal heb ik aluminium profielen van 20 x 20 mm gebruikt en geplastificeerd plaatmateriaal. Over de bouw zal ik hier niet verder uitweiden maar mocht het nodig blijken dan ben ik graag bereid dit alsnog te doen.

De voorgenomen verhuizing werd in het voorjaar van 1997 uitgevoerd. De volière’s werden afgebroken en de vogels tijdelijk in een andere volière onder gebracht. Bij het afbreken van de volière van de Desmarest vijgpapegaaien, wachte er een vreugdevolle verassing. In de nestkast bevond zich een jong van ongeveer 5 á 6 dagen oud en zo te zien met een goed gevulde krop. Het paar met jong werd in dezelfde ruimte geplaatst als de andere vijgpapegaaien, echter wel aan het gezicht onttrokken.

Het plaatsen van de kweekkooien kon beginnen. Vanaf de grond werd een stelling gebouwd van 0,5 meter hoogte waarop de kooien geplaatst zouden worden. Hierna werden, de inmiddels tot 7 paren uitgegroeide vijgpapegaai-bestand in de nieuwe kooien onder gebracht. Het jong groeide goed uit tot een inmiddels 2 jarig vrouwtje. Inmiddels heb ik tot 2 keer succesvol met de Salvadori’s gekweekt en ook met de Edwards.

Het is sterk aan te bevelen om vijgpapegaaien paarsgewijs te huisvesten.

Nestgelegenheid
Een L-vormige nestkast is aan te bevelen. De afmeting van 60 cm lengte, 20 cm breedte en een nest kom van 10 cm hoogte is een ideale maat. De jonge vogels kunnen op een leeftijd van ca. 22 dagen geringd worden met een ringmaat van 6,5 mm. Nestcontrole’s zijn normaal geen probleem, en als deze samen vallen met het noodzakelijke schoonmaken van het nest (iedere 3 dagen) is het geen extra verstoring.

Voeding
Zoals aan het begin al vermeld, zijn vijgpapegaaien voedingsspecialisten en wil ik over de voeding ook iets schrijven. Sinds 2 jaar voer ik geen zaad meer (ook geen gekiemd zaad). Dit in tegenstelling tot de meeste vogelparken en het gene er in de vakliteratuur over geschreven wordt. Sindsdien heb ik geen verlies aan vogels meer gehad, de natuurlijke overlijdensgavallen daar gelaten. De voeding bestaat uit het volgende: appel, peer, wortel, aardappel, sla, augurken, rijst, mango, kiwi, in lauw water geweekte diepvriesgroente. Daarbij komen nog stuifmeel, honing, aminozurenpreparaat en nekton K. dit alles wordt in een keukenmachine tot een, niet al te vloeibare, brei gemixed. Per paar worden, in stukjes gesneden, 3 druiven en 1 vijg gegeven. In een aparte schaal krijgen ze klein gesneden banaan. Twee tot drie keer per week krijgen ze 15 tot 20 meelwormen die graag gegeten worden. Tijdens het groot brengen van de jongen wordt hierbij ook nog lorivoer gegeven. Per dag wordt 1 keer gevoerd maar als er jongen zijn, loopt dit op tot 2 á 3 keer per dag. Dagelijks wordt vers water gegeven in platte schalen van 15 cm doorsnede die op hun beurt weer geplaatst zijn in schalen van 28 cm doorsnede. Deze manier verhindert  het al te veel natspatten van de omgeving.

Al met al zijn vijgpapegaaien zeker niet de eenvoudigste te kweken vogels, maar met wat extra aandacht kan men goede resultaten verwachten.