De drie grote Vijgparkieten van het geslacht Psittaculirostris.

door Ruud van den Dong.

Algemeen:
Vijgparkieten zijn kleurrijke vogels die o.a. vruchten en nectar eten. De vijgparkieten komen voor op Irian Yaja, Papoea Nieuw-Guinea en een aantal omringende eilanden.
Status en taxonomie:
Het geslacht Psittaculirostris bestaat uit drie soorten.
1.    Desmarest vijgparkiet (Psittaculirostris desmarestii), die voor het eerst beschreven werd in 1826 door Desmarest. Deze soort kent zes ondersoorten.
2.    Edwards vijgparkiet ( Psittaculirostris edwardsii), die voor het eerst beschreven werd in 1985 door Okstalet. Hiervan worden geen ondersoorten onderscheiden.
3.    Salvadori’s vijgparkiet ( Psittaculirostris salvadorii), die voor het eerst beschreven werd door Okstalet. Ook hiervan worden geen ondersoorten onderscheiden.
De Desmarest vijgparkiet is de enige uit dit geslacht waarbij geen uiterlijk kleurverschil aanwezig is tussen mannetje en vrouwtje.
Voeding en voortplanting in de vrije natuur:
De voeding bestaat uit vruchten, in het bijzonder vijgen en ficusvruchten, nectar, bloesems, insecten en hun larven. De vogels worden vooral waargenomen in bossen en meestal in paren of kleine groepen. Over de voortplanting in de vrije natuur is nagenoeg niets bekend.
Distributie:
Desmarest vijgparkiet; De nominaatvorm , Psittaculirostris d. desmarestii, komt voor op het oostelijk deel van het Vogelkop schiereiland, West Irian.
De ondersoort P.d. intermedia komt voor op het Onin schiereiland, West Irian.
De derde ondersoort P.d.occidentalis vinden we op het westelijk deel van het Vogelkop eiland , West Irian en op de eilanden Salawati en Batanta.
De volgende ondersoort P.d. blythii komt voor op het eiland Misool.
De ondersoort P.d. godmanii komt voor nabij de Mimika rivier, West Irian oostwaarts tot de Fly rivier in Papoea Nieuw-Guinea.
De laatste ondersoort P.d. cervicalis vinden we op zuidwest Papoea Nieuw-Guinea.
Verreweg het meest wordt de ondersoort P.d. occidentalis gehouden, een enkele keer komt men de nominaatvorm tegen. Men dient er wel op te letten dat deze twee soorten niet met elkaar worden gekruist. Ze zijn van elkaar te onderscheiden door de wangen, welke bij de nominaat groen zijn met mogelijk een gele aanslag. De wangen van de ondersoort P.d. occidentalis zijn geel.
Edwards vijgparkiet:
De Edwards vijgparkiet komt voor langs de Humbolt baai, oostwaarts tot de golf van Huon, Papoea Nieuw-Guinea.
Salvadori’s vijgparkiet:
Het verspreidingsgebied van de Salvadori’s vijgparkiet strekt zich uit langs de noordkust van West Irian, de Geelvinkbaai oostwaarts tot de Humbolt baai.
In het boek Parrots of the World is de Salvadori’s vijgparkiet volgens Forshaw de minst voorkomende vogel van Nieuw-Guinea. Deze stelling werd geconcludeerd uit het feit dat er zeer weinig van deze vogels in levende lijve gezien werden. Dit werd echter veroorzaakt door de ontoegankelijkheid van het verspreidingsgebied van deze soort. Door de exploitatie van het leefgebied, namelijk mijnbouw en houtkap, werd de Salvadori’s vijgparkiet vooral in het Reesgebergte, regelmatig waargenomen. Begin jaren 80 was de Salvadori zelfs de meest ingevoerde vijgparkiet. Enkele decennia later heeft biotoopvernietiging in het klein verspreidingsgebied er voor gezorgd dat de Salvadori alsnog de zeldzaamste in het geslacht Psittculisortris is geworden. De Desmarest en de Edwards vijgparkiet worden nog regelmatig waargenomen maar zijn nergens meer algemeen.
Huisvesting:
Deze vogels kunnen het beste in een ruime kooi of volière gehuisvest worden. Het zijn goede vliegers en over het algemeen zeer beweeglijk. Net als hun naaste familieleden de lori’s springen ze speels van tak naar tak en maken baarbij typische kopbewegingen. Mijn vogels zijn ondergebracht in een kooi van 2 m. lang 1,5 m. breed en 2 m. hoog. De wanden zijn vervaardigd uit geplastificeerde meubelplaat. De zitstokken en de voerplateau’s zijn demontabel zodat ze gemakkelijk regelmatig gereinigd kunnen worden. Een nestblok moet het hele jaar ter beschikking staan omdat deze tevens als slaapplaats wordt gebruikt. Om doorgroeien van de snavel tegen te gaan krijgen de vogels regelmatig takken om te knagen. Als takken met verse bladeren worden gegeven, zullen de vogels zich met het bladvocht insmeren, het zogenaamde anting. Omdat deze groep vogels gevoelig is voor te lage temperaturen moet tijdens de koudere periode het verblijf verwarmd worden tot minimaal 15 graden Celsius.
Voeding:
In de vrije natuur bestaat de voeding uit vruchten en nectar. In gevangenschap zullen we het voer hierop moeten aanpassen. De vogels krijgen per stel dagelijks 125 ml. Loripap en een bak met in stukjes gesneden fruit en gekiemde zonnepitten. Tevens krijgen ze parkietenzaad met zonnepitten en om de dag enkele goed gewassen en gedroogde vijgen. Meelwormen en larven van wasmotten worden ook door de vogels gegeten maar dienen echter beperkt gevoerd te worden. De loripap is van het merk Aves en twee keer in de week voeg ik enkele druppels vitamine K1 en probiotics toe. De vitamine K1 voorkomt inwendige bloedingen en de probiotics zorgt voor lichamelijk welzijn, afweersysteem en gezondheid van de vogels. De probiotics bevatten meerdere soorten micro organismen welke van nature in het darmkanaal van de vogels voorkomen. De voedingswaarde van het in blokjes gesneden fruit en gekiemde zonnepitten wordt verhoogd door het met fruitmix te bestrooien. De vijgen worden aan een verchroomde haak opgehangen aan het gaas. De vijgen worden niet geweekt omdat het anders een enorme smeerboel wordt en bovendien worden alleen de zaadjes gegeten.
De kweek:
Aan het eind van de jaren 70 werden in Europa en Amerika regelmatig vijgparkieten ingevoerd. De meeste vogels stierven echter na enkele maanden aan inwendige bloedingen. Door onderzoek is gebleken dat de vogels een grote behoefte hebben aan vitamine K. In verse vijgen komt deze vitamine in hoge mate voor. Lange tijd is de kweek van vijgparkieten zeldzaam geweest. Door betere kennis omtrent de voeding worden ze nu regelmatig gekweekt. Het vogelpark Walsrode was een van de eersten en bied nu nog regelmatig verschillende soorten vijgparkieten aan. In Duitsland zitten de meeste kwekers van deze vogels en worden er ook regelmatig nakweek vogels geimporteerd ui de Filippijnen en Singapore. De vogels zijn na ca. 15 maanden broedrijp. Het beste is de vogels een nestblok te geven met een groot bodemoppervlak b.v. 40 cm. breed, 18 cm. hoog en 18 cm. diep. Een groot bodemoppervlak heeft als voordeel dat de jongen de ontlasting steeds in een hoek afzetten en zichzelf dan niet bevuilen. Het legsel bestaat meestal ui 2 eitjes die vanaf het eerste ei bebroed worden. De broedtijd bedraagt 23 dagen. Voordat de jongen uitkomen wordt geen zwaar verteerbaar voedsel meer gegeven. De jonge vogels kunnen dit niet verteren en zullen sterven aan verstopping. De vogels krijgen zolang er jongen gevoerd worden alleen loripap en fruit bestrooid  met fruitmix. Het fruit bestaat blokjes gesneden appel, banaan en peer. Men moet zelf experimenteren wat de vogels willen eten. In ieder geval moeten geen vruchten gegeven worden die zaden bevatten. Tevens voer ik regelmatig rode paprika, wortel en gekookte maïs. De jonge vogels moeten geringd worden met een 6mm of 6,5 mm. ring en ze verlaten op een leeftijd van 60 dagen het nest. Na het uitvliegen worden de jongen nog circa 14 dagen door de ouders gevoerd en dan kunnen ook weer zaden gegeven worden. De ouders zullen al snel weer aan een volgend legsel beginnen en de jongen moeten dan apart gezet worden. Na ongeveer een jaar zijn de jongen volledig op kleur.
Wet BUDEP:
Vijgparkieten vallen onder de E.G. basisverordening bijlage 2. Ze zijn kwetsbaar maar niet bedreigt. Voor hen geldt het volgende:
1.    Geringde vogels mogen binnen de E.G. vrij worden gehouden en verhandeld en er is geen administratie nodig. Bij koop en verkoop buiten de E.G. moet wel administratie gevoerd worden.
2.    Ongeringde vogels mogen binnen de E.G. vrij gehouden en verhandeld worden mits men kan aantonen dat de vogels legaal verkregen zijn.
Samengevat kan men zeggen dat het nu voor iedere serieuze liefhebber mogelijk is zonder hoge risico’s vijgparkieten te houden. Wanneer men bij het onderbrengen en verzorgen van deze vogels zorgvuldig handelt komen er vanzelf nakomelingen.