Halfmasker lori.

De Halfmaskerlori, (Eos semilarvata).

door Jos Hubers.

Inleiding:
Tot ongeveer midden jaren negentig was de halfmaskerlori bijna alleen bekend van balgen uit musea en van foto’s die door Armin Bröckner in de vrije natuur waren gemaakt. Inmiddels heeft deze soort diverse malen in avicultuur voor nakweek gezorgd.
Beschrijving:
Gewicht 100 tot 120 gram. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk gekleurd. Verwarring kan ontstaan met jonge rode lori’s. Wanneer deze aan de kleine kant zijn en dan nog enig blauw hebben op de wangen kan men op het verkeerde been worden gezet. Hierdoor is bekend dat in het verleden liefhebbers import (jonge) rode lori’s aangekocht hebben als zijnde halfmaskerlori’s.

Voorkomen en status in de vrije natuur:
De halfmaskerlori komt voor in het centrale berggedeelte van Ceram. Hier wordt hij gevonden in de hogere gedeelten waar hij de rode lori vervangt die de lagere gedeelten en kustgebieden bewoont. De soort komt gelukkig nog redelijk algemeen voor. Volgens Bowler en Taylor (1989) waren ze in 1987 boven de 1200m. grens op Mount Binaia vrij algemeen. En nog algemener op de nabij gelegen berg Mount Kobipoto. Vanaf een hoogte van 800 m. hebben sommige bloeiende bomen een aantrekkingskracht op behoorlijke aantallen van deze vogels. Hier kunne ze zich mengen met de veel algemenere rode lori die tot op een hoogte van 1200 meter te vinden is. Tot voor kort was dit gebied nog weinig bezocht en de vogels leefden daar nog zonder noemenswaardige bedreigingen. Dit is een van de redenen dat men de halfmaskerlori niet bij de importzendingen in het verleden zag. Vandaar dat men zich kan afvragen of het wel zo positief is dat men halfmaskerlori’s heeft geimporteerd. Achteraf is het bij enkele kleine zendingen gebleven en we mogen aannemen dat dit geen invloed gehad heeft op hun bestand in de vrije natuur.
Voorkomen en status in avicultuur:
Zoals hierboven geschreven, is deze soort nog niet zo lang bekend in avicultuur. De eerste vogels werden zowel in West-Europa als in Zuid-Afrika bijna gelijktijdig ingevoerd. Ook in Singapore werden ze gehouden. In Zwitserland en Zuid-Afrika had men al gauw succes. De halfmaskerlori bleek niet moeilijker noch gemakkelijker te zijn dan bijvoorbeeld de violetneklori, (Eos squamata). Nadat in 1996/1997 in Zuid-Afrika de eerste jongen werden gekweekt, werd de collectie waartoe deze vogels behoorden verkocht. Een aantal vogels gingen naar een liefhebber op Madagaskar en een ander deel naar het Loro Parque op Tenerife. Op Madagaskar was het Olaf Pronk, vooral gespecialiseerd in reptielen en met name de kameleons, die ze importeerde. Sinds een aantal jaren houdt hij ook vogels en met name lori’s en vijgpapegaaien maar ook borstelkoppapegaaien en andere soorten papegaaien. Aangezien Zuid-Afrika bij wijze van spreken om de hoek ligt is het niet vreemd dat hij de lori’s daar gekocht heeft. Op het moment dat een Zuid-Afrikaanse liefhebber al zijn vogels te koop aanbood heeft Olaf er een paar gekocht. In totaal werden vier volwassen paren en 6 jongen aangeboden. Helaas kon Olaf maar 1 paar bemachtigen. Al zijn vogels zijn gehuisvest in complete gazen kooien, die gedeeltelijk overdekt zijn. Een probleem was om aan goed lorivoer te komen. Wanneer men voer importeert dan heft de overheid er nog eens 100% belasting overheen. Daarbij nog de transportkosten en men kan wel nagaan dat het een dure hobby zal worden. Tijdens mijn bezoek zijn we naar diverse winkels geweest om wat ingrediënten te kopen en hebben we vervolgens een soort lorivoer samengesteld. Gelukkig bleken de vogels het op dit voer prima te doen. Binnen vrij korte tijd had  zijn koppel halfmaskerlori’s eitjes die beide bevrucht bleken te zijn. Dit gebeurde vlak nadat wij in november 2000 Madagaskar verlaten hadden. Op 21 december kwamen beide eitjes uit. De jongen werden goed gevoerd en op 4 januari 2001 gingen de ogen open. Een jong bleef wat achter in de groei en overleed helaas kort daarna waarna Olaf de andere met de hand verder grootbracht. Eind februari was het jong zelfstandig. Het jong werd geringd met een 6 mm. ring die Olaf net op tijd uit Zuid-Afrika binnen gekregen had. Het laatste bericht kreeg ik van Olaf op 30 september 2001 met mededeling dat er twee jongen bijgekomen waren. Het probleem was en is vermoedelijk nog steeds om nieuwe bloedlijnen binnen te krijgen. Voordat Olaf ze kweekte heeft de heer Walser in Zwitserland ook succes gehad met de kweek van deze vogels. Destijds had hij twee paren aangekocht die al spoedig voor nakweek zorgden. Inmiddels zijn er met halfmaskerlori’s op meerdere plaatsen gekweekt. Zelf heb ik destijds ook een aantal halfmaskerlori’s gehad. Helaas bleek bij een groepje vogels er 1 te zitten die niet al te gezond was. Vermoedelijk heb ik daardoor de dieren destijds verloren. Het aantal halfmaskerlori’s is nog steeds laag maar ze worden in ieder geval gekweekt en laten we hopen dat dit in voldoende mate gebeurd.