Kweken met de Viooltjes lori.

Kweken met Viooltjes lori’s.



In 1978 kwam ik na veel moeite in het bezit van een paartje van deze uitermate vriendelijke vogeltjes en vanzelfsprekend was mijn hoop erop gevestigd er kweekresultaten mee te behalen. Het geslachtsonderscheid was bij deze vogels duidelijk te onderscheiden, het paars op de kop van het mannetje liep namelijk veel verder door dan bij het vrouwtje en is tevens feller van kleur. Helaas ging echter na enkele maanden het popje door onbekende oorzaak dood en moest ik weer alles in het werk stellen er een nieuw exemplaar bij te krijgen.
Dit gelukte echter vrij snel doordat ik bij een importeur een aantal exemplaren tegelijk kon kopen, die ik alle bij mijn overgebleven man in de volière plaatste. Het duurde toen ongelooflijk kort, slechts enkele dagen, voor ze paartjes begonnen te vormen die steeds bij elkaar zaten en elkaar al gauw begonnen te voeren. Ik heb na enige weken de vermeende paartjes apart gezet in binnenvolieres van 1m. breed, 1m. diep en 1,80 m. hoog die voorzien waren van nestkastjes van 15×15 en 28cm hoog met een invlieggat van 5 cm. doorsnee.
Al een week of zes nadat ik de nieuwe vogels in mijn bezit kreeg bleek een paartje reeds het eerste eitje gelegd te hebben dat echter helaas kapot in het nest lag, maar twee dagen later lag er het tweede eitje en dit werd door het popje trouw bebroed, ‘s nachts bijgestaan door het mannetje. Het duurde precies 22 dagen tot het jong uitkwam, het was geheel bedekt met wit dons dat na plm. Acht dagen veranderde in grijs. Het was verbazingwekkend hoe snel dit jong groeide, in vergelijking met andere jonge lories. Toen ik het jong wilde ringen, bleek op een leeftijd van negen dagen een ring van 4 mm. al te klein , met veel moeite kon ik het toen nog ringen met 4,5 mm. ringen. Op een leeftijd van vier weken zat het jong nagenoeg geheel in de veren en acht weken oud vloog het al vrolijk door de volière. Het leek uiterlijk precies op de oudervogels alleen miste het nog de purperrode schedel, deze was n.l. nagenoeg zwart. Na plm. Vier maanden begon dit echter ook bij te kleuren en op een leeftijd van plm. Acht maanden was het jong praktisch geheel op kleur en haast niet meer van de ouders te onderscheiden. Dit koppeltje viooltjes lories heeft verschillende jaren steeds drie nestjes van twee jongen grootgebracht. De jongen heb ik steeds geringd met vaste voetringen van 4,5 mm. en dit is steeds zonder problemen verlopen. We kunnen deze soort dus gerust rangschikken onder de goed te houden en te kweken soorten die vrij sterk zijn  en bij een goede verzorging zeer geschikt is voor de beginnende liefhebber.  

Fokke Beswerda.