Kweken met de blauwstrepenlori.

Door Peter Kreis, Duitsland.
Met toestemming overgenomen uit Lori Journaal.

Kweek en verzorging van de blauwstrepenlori, Eos reticulata



Inleiding
Helaas wordt het aantal lorikwekers steeds kleiner. Steeds vaker hoort men van kwekers, “deze soort heb ik ook gehad en er ook mee gekweekt”. Maar tegenwoordig zijn er nog maar weinig exemplaren in de handel, en zeer weinig kwekers lukt het ook succesvol te kweken. Daarom mijn verhaal over mijn ervaringen en kweekverzoeken.
Alles wat ik goed heb gedaan, maar ook alles wat fout ging. Zodat anderen niet dezelfde fouten zullen maken. De ervaren kweker zal zich vaak bedenken, “ja, zo doe ik dat ook” maar misschien is een hele kleine tip wel precies de juiste.

Aanschaf
Vier jaar geleden had ik het geluk een jong koppeltje blauwstrepenlori’s, Eos reticulata, te kunnen kopen. Afgaande op uitspraken van veel kwekers geloofde ik dat het koppel met 2 jaar broedrijp was. Zo heb ik dus lang op de eerste balsrituelen moeten wachten. Na korte tijd bemerkte ik dat de pop niet in het broedblok overnachtte. Dus veranderde ik de broedblokken, eerst heb ik de plek veranderd, aan alle wanden, zowel binnen als buiten, heb ik de blokken geplaatst maar niets hielp. Zelfs een boomstam die ik bewerkt had, heb ik aangeboden maar ook deze werd als broedplaats geweigerd. Ik probeerde steeds weer het popje in de blokken te lokken. En door het voer in de nestkasten te plaatsen lukte dit. Nu kwam het popje in de broedblokken om te eten, maar helaas niet om te overnachten. Alle verschillende voersoorten werden aangeboden, maar niets hielp. Mijn besluit stond vast, het kon alleen nog maar er aan liggen dat het koppel niet klikte. Tijdens een lori-bijeenkomst kon ik weer een vogel kopen en via DNA testen liet ik vaststellen dat het weer een popje was. Ik haalde het koppeltje uit elkaar en plaatste voorzichtig mijn nieuwe popje bij de man. En warempel nu klikte het wel en werd er gekweekt.

Huisvesting.
Mijn grote lori’s houd ik in volières van minstens 2 meter lang, 2 meter hoog en 1 meter breed. Daglicht komt binnen door de vensters en dakkoepels. In elke volière is een badschaal en elk koppel heeft een nestkast om in te slapen. De temperatuur is in de zomer niet boven 28ºC en in de winter niet onder de 15ºC. Het licht in het vogelverblijf is gedurende de zomermaand 12 uur per dag ingeschakeld, maar door de zoninstraling is het circa 14 uur per dag licht. Als bodembedekking gebruik ik houtspaanders echter in de periode waarin tweemaal per dag de volière met water beregend wordt gebruik ik geen bodembedekking aangezien het water de bodem reinigt. De nestkast is een zgn. diagonale nestkast, met een hoogte van 40 cm, een lengte van 40 cm en een breedte van 20 cm. Het invlieggat heeft een doorsnede van 5 cm.
Nadat ik meerdere malen mijn vakantie had doorgebracht in Azië, ben ik mij bewust geworden van het klimaat waarin mijn vogels oorspronkelijk leven. Binnen enkele minuten kan het weer veranderen van een stralende zonnenschijn naar een tropische regenbui en direct weer terug naar zonnenschijn. Wie in de regentijd al eens in tropische gebieden is geweest weet waarover ik spreek. Om deze reden simuleer ik een regentijd en een droge tijd. Na de regentijd bloeit alles (in de vrije natuur) en is er een overvloed aan voedsel echter na de droge tijd is er een schaarste aan voer.

Voeding.
De blauwstrepenlori’s krijgen een eigen samengesteld voer bestaande uit: havermeel, honing, pollen (stuifmeel), MSA Necton en Necton S. ‘s Avonds krijgen ze fruit, zoals appel, druiven, sinaasappel, peren en bananen. Voorafgaand aan de kweek voer ik meelwormen, maden en biscuits. Door de lori-nektar wordt wortelsap met honing gemengd. Dierlijke eiwitten zijn naar mijn mening erg belangrijk, maar nog belangrijker is een lepel yoghurt (LC 1). Met alleen maar een kant-en-klaar voer, kon ik de vogels niet tot een goede kweek krijgen.

Kweek.
Het belangrijkste voor een succesvolle kweek is een harmonieus paar. Tevens is het belangrijk dat de vogels gedurende de winter niet te koud gehuisvest zijn zodat ze in het voorjaar direct in een goede conditie zijn. Het voer moet dun vloeibaar zijn, dus niet brij-achtig. Zoals reeds aangegeven mogen dierlijke eiwitten niet ontbreken. Naar mijn mening zijn de grote lori’s pas na 3-4 jaar broedrijp, waarbij uitzonderingen de regel bevestigen. Mijn vogels legden met enkele tussenpozen van 3 dagen, 2 eieren die beiden bevrucht bleken te zijn (ook het eerste legsel). Na 24 dagen kwam het eerste jong uit, 2 dagen later gevolgd door de tweede. Vanaf dat moment kregen ze dagelijks een handvol meelwormen die restloos opgegeten werden. Van de lori-nektar bleef zelfs iets over. Beide jonge vogels groeiden probleemloos en werden na 14 dagen van een vaste voetring (7 mm) voorzien. De ouder dieren waren tijdens de nestcontroles altijd erg opgewonden en protesteren hevig tegen hetgeen ik deed. Desondanks werden de jongen weer opgezocht en gevoerd. Het duurde erg lang voordat de vogels uitvlogen, het ene jong bleef zelfs 10 dagen langer in de nestkast dan de andere. Het zijn alle twee gezonde en goedogende dieren geworden die ondertussen in het Loropark op Tennerife te bewonderen zijn. Kort nadat deze 2 vogels verkocht waren is mijn broedpaar aan een volgend legsel begonnen.

Uitkomst.
De kweek is niet echt eenvoudig waarbij enkele kleinigheden in acht genomen moeten worden. Zo is het voeren van meelwormen en maden belangrijk om het eiwitbehoefte in te dekken. Een eetlepel yoghurt door de lori-nektar helpt de maag en darmflora te ondersteunen. Met een bacterieën-preparaat (bijvoorbeeld Aves probiotica) kan hetzelfde bereikt worden. De  luchtvochtigheid dient ca. 60% te zijn zodat de eieren niet uitdrogen. Om de kweekperiode in te leiden worden de vogels meerdere keren per dag gesproeid (geregeld via een schakelklok). Door het in acht nemen van deze punten zal de kweek wellicht beter verlopen.

Tot slot.
Een ieder die nog vragen heeft met betrekking tot de kweek van blauwstrepenlori’s moet zich niet schromen contact met mij op te nemen (via de redactie). Men kan alleen maar van anderen leren en zo proberen fouten te voorkomen. Aangezien er in Duitsland niet veel blauwstrepenlori’s meer zijn moeten de nu beschikbare vogels beslist voor de kweek ingezet worden. Alle vogelbezitters moeten niet alleen aan hun eigen succes denken maar de instandhouding van deze mooie vogels in onze volières moet op de eerste plaats staan. Dus een ieder die een enkele vogel bezit, moet proberen er een passende partner bij te kopen of de vogel te verkopen om zo elders een paar te kunnen samenstellen. Helaas heb ik een voorbeeld van een bevriend vogelliefhebber die 2 blauwstrepenlori’s, 9 jaar in een volière had zitten voordat er geslachtsonderzoek uitgevoerd werd. Het waren beiden mannelijke dieren die na die 9 jaar niet meer uit elkaar te halen waren. Intussen zijn de vogels 17 jaar oud en zijn voor de kweek niet meer inzetbaar. Ik heb in de loop der jaren verschillende kwekers bezocht waarbij mij is opgevallen dat veel Eos-soorten sneller geneigd zijn te plukken dan andere lori’s. Ook in mijn bestand bevinden zich helaas dieren die geplukt zijn hoewel ik die zo heb gekocht. In de tijd dat ik de vogels in mijn bezit heb heeft zich slechts één vogel geplukt omdat zijn nest meerdere malen verstoord werd.

Onlangs is mij weer een paar blauwstrepenlori’s aangeboden die in een slechte conditie waren. Ik heb de vogels meer uit medelijden gekocht als uit overtuiging en hoop de vogels in een betere conditie te kunnen krijgen.
Ik kan sommige “vogelvrienden” niet begrijpen dat ze zulke mooie dieren zo verwaarlozen.