De kweek met de lentepapegaai (Loriculus vernalis).

Algemeen

De Lentepapegaai is een vleermuispapegaai die beter bekend is onder de naam hangparkiet. De hangparkieten hebben deze naamsverwijzing gekregen door hun typische rust en slaaphouding. Deze vogels slapen en rusten zoals een vleermuis ondersteboven aan een tak en laten zich op de kop hangen. De hangparkietjes worden in 10 soorten onderscheiden en de meest bekende soort is het Blauwkroontje (loriculus galgulus). Minder bekend zijn de Sulawesi hangparkiet (l.stigmatis), de java hangparkiet (l.pusillus)en de philippijnse hangparkiet (l.phillippensis). De laatst genoemde soorten zijn in gevangenschap zeer zeldzaam en  de bestanden zijn nauw verwant. Of deze soorten  voor de liefhebbers behouden blijven zal de toekomst moeten uitwijzen.

Beschrijving

De Lentepapegaaitjes zijn circa 13 cm groot en zijn  gras-groen gekleurd met een opvallende rode stuit. Het mannetje heeft een lichtblauwe keelvlek en is iets smaller van postuur. Het popje is wat doffer gekleurd en heeft meestal geen opvallende keelvlek en zit wat verder doorgezakt op de sprong. De snavels zijn rood-oranje en de pootjes licht oranje-geel gekleurd. Jonge vogels zijn doffer gekleurd, ontbreekt de keelvlek, hebben een lichtere snavelkleur en hebben lichtbruine pootjes.Volwassen vogels hebben een geelwitte iris en de jongen hebben een bruine iris. De lentepapegaaitjes hebben in zuid-oost Azie een groot verspreidingsgebied en toch worden er van deze soort vreemd genoeg geen ondersoorten beschreven. In de vrije natuur komen deze vogels nog algemeen voor maar worden door hun groene verenpakje moeilijk waargenomen en snel over het hoofd gezien. De voeding bestaat uit stuifmeelpollen, zacht fruit, nectar, zaden en insecten en hun larven. De broedtijd begint in de eerste vier maanden van het jaar. In de nestholte wordt door de vogels reepjes groen blad aangevoerd. Het legsel bestaat meestal uit 4 witte eieren.

Voeding en huisvesting

Hangparkietjes zijn echte zachtvoereters en moeten dagelijks van vers voer voorzien worden. Het hoofdbestanddeel is een bakje loripap dat aangevuld wordt met een stukje fruit zoals appel, peer, wortel, een geweekte vijg, cactusvijg of granaatappel. De granaatappel is een vrucht waar de vogels echt dol op zijn en is het goedkoopst te verkrijgen bij een turkse groenteboer. Deze appels zijn erg zoet en bestaan uit tientallen kleine losse vruchtdeeltjes met een klein zaadje. Eivoer wordt niet meteen gegeten maar zodra de vogels het kennen nemen ze het graag op zeker wanneer we er stuifmeelpollen doorheen mengen. Meelwormen en wasmotrupsen worden beperkt gevoerd zoals ook  gepelde haver. De vogels waren  gehuisvest in broedkooien van 1.50 m lang, 0.60 m hoog en .50 m breed. In de kooien zijn verzinkte schuifladen gemaakt en de wanden zijn van geplastificeerd meubelplaat. Als bodembedekker gebruik ik kranten die dagelijks vernieuwd worden. Takken en sprongen worden wekelijks vernieuwd. In theorie de perfecte kooien voor kleine lori’s en hangparkieten maar de praktijk wees anders uit. De hangparkietjes schieten als het ware de dunne ontlasting weg. Ook mij hebben ze bij het verzorgen wel eens verrast. Het gevolg is dat de ontlasting niet op de kranten terecht komt maar op de achterwanden en wegloopt achter de schuifladen. Dit gaat stinken en is het moeilijk en tijdrovend om alles goed schoon te maken. Dus geen ideale situatie en moest alles drastisch veranderd worden. Wanneer men aan loris, hangparkietjes of vijgpapegaaien wil beginnen is het belangrijk om eerst goede ideeën op te doen bij andere liefhebbers en te leren van hun fouten om teleurstellingen te voorkomen.

Ziekte en behandeling

Regelmatig worden er nog Lentepapegaaitjes en Blauwkroontjes ingevoerd. Deze vogels krijgen in de quarantaine een hoge dosis antibiotica toegediend. Dit gebeurt preventief om bacteriële infecties (E.coli of Salmonella) te voorkomen. Het gevolg van deze behandeling is dat veel vogels een schimmelinfectie (Candida albicans) oplopen doordat de antibiotica het natuurlijk afweermechanisme uitschakelt en na het verlaten van de quarantaine bij de liefhebbers sterven. Derhalve is het raadzaam meteen na aankoop verse mestmonsters op te sturen  naar de dierenarts en daarna te overleggen of de vogels gekuurd moeten worden. De hangparkieten, lori’s en vijgpapegaaien zijn ook gevoelig voor Flagellaten infecties in de krop. De flagellaat Trichomonas is een ziekte die veroorzaakt wordt door protozoën (eencellige diertjes). De protozoën verplaatsen zich door zweepdraden (flagellen) aan hun lichaam. De ziekteverschijnselen zijn overgeven of de neiging tot overgeven. De vogel kan zijn voedsel niet meer verteren en moet meteen behandeld worden met ronidazol (10%) in de pap. Wanneer de vogel zijn voer uitbraakt kan hij andere vogels besmetten en moeten alle vogels in het bestand gekuurd worden. Het is raadzaam om alle vogels in de collectie 2 keer per jaar preventief  te kuren en elke nieuwe aankoop. (overleg met de dierenarts).

De kweek

Van een goede vriend kon ik drie Lentepapegaaitjes overnemen, 2 popjes en een mannetje. Het waren broedrijpe importvogels. De meeste wildvang vogels zijn ingevoerd uit Vietnam, een enkele zending komt uit Thailand of India. De 3 Lentepapegaaitjes werden  in een kooi geplaatst in mijn vogelverblijf waar de temperatuur nooit onder de 20 graden komt. Het mannetje begon al snel te zingen en een popje te voeren.  Het andere popje werd verjaagd  en het koppel  werd in een andere kooi geplaatst. De balts is bijzonder en het mannetje loopt snel op en neer over de takken en maakt een aardig zangerig geluid. Het voeren van het popje gebeurd op een bijzondere manier en is voor alle hangparkieten gelijk. Het voer dat het mannetje opgeeft hangt in een druppel aan de punt van de snavel. Wanneer het popje de druppel aanneemt volgt er meestal een paring. Het koppeltje werd in een broedkooi gezet waar een natuurstam van 50 cm lengte in staat met een binnendiameter van 14 cm en inwendige diepte van 40 cm. Het broedblok heeft een invlieggat van 6 cm, heeft een trap van grof gaas en is voorzien van een dikke laag houtkrullen. Op deze laag houtkrullen leg ik een kleine dunne graszode die ik stevig aanstamp en daarna weer met een dun laagje krullen bedek. De rede van de dikke laag krullen is dat wanneer er jongen zijn de ondergrond sterk bevuild wordt met  dunne ontlasting en zo het vocht kan absorberen. De graszode heeft tot doel dat de eieren niet wegzakken in de dikke laag houtkrullen. Het popje legde om de dag een totaal van 4 kogelronde witte eieren die alleen door het popje vanaf het tweede ei bebroed worden. Na circa 21 dagen kwamen de eerste 2 jongen uit en de andere jongen 2 en 4 dagen later. De jongen zijn geheel naakt en heel klein. Het ringen van de jongen is geen makkelijke opgave omdat het onderbeentje vrij kort is ten opzichte van de hoge ring. De ringmaat die aangegeven wordt voor deze soort is 4 mm maar persoonlijk vind ik deze aan de krappe kant en gebruik ik liever 4,3/4,5 mm. Het ringen moet gebeuren afhankelijk van de ringmaat tussen 7 en 10 dagen. Gezien het tijdsverschil van de eieren is het 4e jong na 3 dagen gestorven. De 3 jongen groeien goed en het mannetje voert het popje en de jongen uitstekend. Wanneer er jongen zijn wordt er onbeperkt eivoer en dagelijks enkele tientallen meelwormen en wasmotten verstrekt. Het fruit wordt nu minder opgenomen en er wordt  natuurlijk ook meer lori-pap gegeten. De jongen komen laat in de veren en na circa 12 dagen komt pas het dons door en gaan de oogjes open. Na 21 dagen komen de eerste veren door en is het beslist noodzakelijk om de vuile houtkrullen te vernieuwen in het broedblok. De jonge lentepapegaaitjes moeten hiervoor uit het broedblok verwijderd worden maar laten deze storing zonder problemen toe. Na circa 35 dagen vloog het eerste jong uit en een dag later de andere twee. De jongen zijn matter groen en hebben een hoornkleurige snavel en bruine iris. De blauwe keelvlek ontbreekt nog. De jonge vogels zijn de eerste dagen na het uitvliegen zeer schuw en is er een vogel bij het vernieuwen van de kranten onder het deurtje uitgevlogen. De buitendeur stond natuurlijk ook net open en is de vogel letterlijk gevlogen. Jammer! De andere 2 waren na ongeveer 14 dagen zelfstandig en werden  aan een vriend verkocht. De broedblok moet na het uitvliegen ook weer snel in orde gemaakt worden omdat er snel aan een tweede ronde begonnen wordt.

Tot slot

Naast de kweek met het lentepapegaaitje is het mij in het verleden ook gelukt om met de Mindanao hangparkiet (loriculus phillipensis apicalis) te kweken. Dit is een zeer kleurrijke hangparkiet uit de Filippijnen  die wat betreft verzorging en kweek de zelfde eisen stelt als het lentepapegaaitje. Deze Mindanao hangparkiet is echter al lang niet meer ingevoerd en zijn de bestanden met kweekvogels ernstig teruggelopen. Van de nominaatvorm van deze hangparkiet nl. het Filippijnse hangparkietje (loriculus p. phillipensis) heeft het vogelpark Walsrode in 2002 weer jongen gekweekt. Het vogelpark heeft  na een lange zoektocht  een mannetje kunnen lenen om een koppel te kunnen vormen. Nakweek vogels zijn zeldzaam en is men afhankelijk van de wil om samen te willen werken om deze vogels te behouden. Door liefhebbers die deze vogels al vele jaren houden is een bijzonder fenomeen waargenomen, namelijk het omkleuren van oudere vrouwtjes naar het uiterlijk van mannetjes. Dit omkleuren kan al beginnen op een leeftijd van 3 a 4 jaar. De vrouwtjes blijven na het omkleuren vruchtbaar en of dit ook in de vrije natuur gebeurt is niet bekend. Een minder plezierig feit dat mij door verschillende liefhebbers is gemeld is kannibalisme. Vogels die perfect broeden eten na het uitkomen de jonge op zonder dat hiervoor een verklaring kan worden gegeven. Wanneer dit gebeurt kan men het mannetje verwijderen en afwachten of het popje niet de dader is en alleen de jongen groot brengt.

Ruud van der Donk
E-mail: ru.donk@planet.nl

Geraadpleegde literatuur ;Lexicon Der Papegeien en Lori Journaal Internationaal