Kweken met de Musschenbroeklori (Neopsittacus musschenbroekii).

Algemeen.

Lori’s zijn voornamelijk nectar en vruchtenetende vogels. Deze vogelfamilie omvat een groot aantal verschillende soorten en leven verspreid over Australië, Nieuw -Guinea, Indonesië, de  Solomon Eilanden, Filippijnen, en op kleine eilanden in de Stille Zuidzee. Op de Filippijnen komt slechts een lori soort voor namelijk de zeer bedreigde Mount Apolori (trichoglossus johnstoniae). De lori’s variëren in lengte van 15 tot 45 centimeter en zijn over het algemeen bont gekleurd en zeer levendig. In Australië zijn deze vogels beschermd en sinds de jaren ’60 is er een exportverbod voor alle vogels. In Nieuw – Guinea , de Solomon Eilanden en Indonesië zijn een groot aantal lori’s onbeschermd en worden van oudsher door de lokale bevolking graag als huisdier gehouden. Door gebrekkige voeding worden deze vogels niet oud en worden  vervangen door nieuwe wildvang. De belangrijkste bedreiging voor deze vogels is echter niet de lokale markt maar het verlies van habitat door ontbossing en internationale vogelhandel. Uit deze gebieden worden  nog steeds grote aantallen vogels geëxporteerd naar Europa, Amerika en  Zuid-Afrika. Diverse soorten lori’s worden door deze praktijken ernstig bedreigd. Een triest voorbeeld is de Diadeem lori (eos histro) die  door het wegvangen voor de handel bijna in het wild is uitgestorven. Op de tropische eilanden in Stille Zuidzee leven naar mijn mening de mooiste lorisoorten. Deze  lori’s leven in kleine populaties en behoren tot het geslacht Vini en Phygys en zijn  beschermd. Ver voor de komst van Europeanen op deze eilanden werd er al op deze vogels  jacht gemaakt voor de handel in de fel gekleurde veren. De grootste bedreiging voor deze vogels zijn echter ratten. Met de schepen die deze eilanden aandoen is de scheepsrat (rattus rattus) en in mindere mate de huisrat (rattus norvegicus) meegereisd. Deze ratten hebben op deze eilanden geen  natuurlijke vijanden en zijn explosief in aantallen gegroeid. De ratten nemen de beschikbare nestholtes in gebruik en eten de eieren en  jongen van de lori’s en andere vogels waardoor de bestanden drastisch teruglopen.

Voeding en huisvesting

De lori’s eten voornamelijk nectar en stuifmeel die door de vogels op een bijzondere manier wordt opgenomen. Ze hebben op hun tong papillen die uitgeklapt kunnen worden en als een soort borstels de stuifmeelkorrels en de nectar opnemen. De stuifmeelkorrels zijn de mannelijke cellen van een plant of boom en hebben een hoge voedingswaarde. Insecten die de vogels in de bloemen tegenkomen worden ook graag gegeten. De grotere soorten nemen ook graag vruchten en zaden op.
De voeding in gevangenschap was in het verleden problematisch. De liefhebbers van deze vogels moesten via een bepaald recept zelf een pap maken van diverse vruchten en kindervoeding. Dit was een zeer arbeidsintensief werk en voldeed voor de jonge lori’s nauwelijks door een te laag eiwitgehalte. Momenteel is er van diverse leveranciers een prima kant en klaar voer in poedervorm verkrijgbaar waar alleen maar water aan toegevoegd hoeft te worden.
Door het hoge vochtgehalte is de ontlasting dun en de vogels spuiten deze behoorlijk ver weg. Derhalve is het noodzakelijk de vogels in een ruimte te huisvesten die makkelijk is te reinigen. In een ruime voliere is het mogelijk een koppel lori’s te huisvesten met andere vruchtenetende vogels. De voliere dient echter wel te beschikken over een vorstvrij nachtverblijf en een broedblok waar de vogels in slapen.

Ervaringen met de Musschenbroek’s lori.

Deze lori behoort tot het geslacht Neopsittacus en heeft twee leden namelijk de Musschenbroeklori (N.musschenbroekii) en de Emerald lori (N.pullicauda). De Musschenbroek’s zijn ongeveer 22 centimeter groot en wegen ongeveer 50 gram, de Emerald is ongeveer een derde kleiner en lichter en is nagenoeg het zelfde gekleurd. Het meest opvallende is de vuurrode borst die zich uitstrekt van de keel tot de staart. De kop is groen die bedekt is met bruin en gele streepjes. De wangen zijn groen met gele streepjes. De staart is aan de onderkant oranjegeel en vleugels, rug en staart zijn groen. De onderkant van de vleugels is rood. Tussen man en pop is geen zichtbaar verschil en is geslachtsbepaling de enige manier om zeker te zijn van een koppel. Mijn voorkeur gaat uit naar geslachtsbepaling met DNA analyse via enkele borstveren die opgestuurd worden met de post naar een laboratorium. Persoonlijk heb ik goede ervaringen met de firma Gendika te Veendam. Binnen enkele dagen is de uitslag binnen en hoeft er geen bezoek te worden gebracht aan een dierenarts en is er geen risico op complicaties die de endoscoop kan opleveren. Voor verdere informatie omtrent de DNA analyse verwijs ik u naar de advertentie van de firma Gendika in Onze Vogels.
De twee soorten komen voor in de bergen van Irian Jaya met name in Vogelkop, in de hooglanden van Papua Nieuw Guinea, het gebied van de Sepik en het schiereiland Huon. Beide soorten overlappen elkaar op diverse plaatsen maar over het algemeen komt de Emerald lori in hoger gelegen gebieden voor, die zelden beneden de 2000 meter liggen, terwijl de Musschenbroek tot op 1100 meter te vinden is. In de literatuur worden er drie ondersoorten beschreven van de Musschenbroek lori maar wordt waarschijnlijk alleen de nominaatvorm in gevangenschap gehouden.
Enige jaren terug kwam ik in de gelegenheid een gesext koppel import Musschenbroek loris aan te schaffen. De vogels werden in een broedkooi geplaatst van 150 cm lang, 50 cm breed en 60 cm hoog. Het broedblok van 50x20x20 wordt via een rail in de kooi geschoven en is het hele jaar aanwezig omdat de vogels ook hierin slapen. De voeding van de vogels bestaat dagelijks uit een bakje lori-pap en een bakje grote parkietenzaad met zonnepitten en krachteivoer.Tevens krijgen de vogels regelmatig een stuk appel, een blad andijvie of een gedroogde vijg. Meelwormen en wasmotten zijn hun favoriete voedseldieren maar worden beperkt gevoerd i.v.m. agressie die dit kan opleveren; zeker in een broedkooi!!! De Musschenbroek- en de Emerald lori zijn de enige lori’s waarvan de voeding uit 50% zaad en 50% lori-pap moet bestaan.Het voordeel van deze vogels is dat de ontlasting niet zo dun en de kooi minder bevuild wordt en geschikter zijn voor een broedkooi. Door verkeerde huisvesting in broedkooien met verzinkte schuif laden heb ik diverse kweekkoppels hangparkieten en kleine lori”s verkocht omdat deze kooien niet goed schoon gemaakt konden worden.Wanneer men aan lori’s wil beginnen moet men eerst geschikte kooien maken en dan pas vogels aanschaffen en niet andersom.

De kweek

De Musschenbroek lori’s zijn snel vertrouwd met hun verzorger en maken een aangenaam geluid. Een nadeel is dat ze zeer graag knagen en is een houten kooi niet aan te bevelen. Mijn vogels krijgen wekelijks verse wilgentakken die geheel opgeknaagd worden. Zodra de vogels beginnen met baltsen is dit een teken dat ze willen gaan broeden. De balts bestaat uit het verticaal bewegen van de staart van beide vogels en het vernauwen van de pupil in het oog. De man is nu ook agressiever tegen zijn pop en achtervolgd haar om te kunnen paren. Het broedblok voorzie ik van een dunne graszode waarover een flinke laag houtkrullen wordt gestrooid en aangestampt. Het popje begint hierin een kuiltje te graven en legt na ongeveer een week 2 witte eieren. Het mannetje houdt zijn popje tijdens het broeden gezelschap in het broedblok en na 23 dagen komt het eerste ei uit 2 dagen later het tweede. Zodra de jongen uitkomen verander ik de lori-nectar in lori-start omdat in deze lori-pap meer eiwitten inzitten die een jonge vogel nodig heeft om tot een gezonde vogel uit te groeien. De jongen zijn na het uitkomen ruim voorzien van lange grijswitte dons en groeien snel. Na 10 dagen kunnen de vogels geringd worden met een ring van 5 mm. De veren komen pas laat door en na 8 weken vliegen de jongen uit. Zodra de jongen uitvliegen verandert het gedrag van mijn kweekman.Wanneer het popje een jong wil voeren valt het mannetje de jonge vogel aan  tot bloedens toe. Dit zelfde  gedrag is gemeld door andere liefhebbers en werden er zelfs jongen doodgebeten wanneer er te laat werd ingegrepen. Het mannetje heb ik toen apart gezet en het popje bleef beide jongen uitstekend verzorgen. De jonge vogels beginnen al na enkele dagen van de pap en het eivoer te eten en kunnen na 14 dagen apart gezet worden. Wanneer de man weer met zijn popje verenigd wordt beginnen beide vogels met de balts en kunnen er weer snel eieren verwacht worden. De tweede ronde leverde wederom 2 prachtige jonge vogels op.

Ruud van der Donk.
Email : ru.donk@planet.nl
Geraadpleegde literatuur :Lori Journaal Internationaal en Lexicon der papageien.