Philippijnse hangparkiet (Loricules philippensis philippensis).

Door D. Bijlsma.

Herkomst: Philippijnen.
Met name op de eilanden: Banton, Catanduanes, Luzon, Marinduque en Polillo.
Voor het eerst beschreven als Psittacula Philippensis in 1760, Ornithologica deel IV, pagina 392.

Soort beschrijving: Man en pop ± 14 à 15 cm, gewicht 34 gram. Man is groen met een rode keelvlek en een rood voorhoofd omzoomd door een gele lijn; in de nek bevindt zich een goud-gele vlek; de stuit is rood; de onderstaart dekveren zijn blauw; de poten zijn grijsachtig bruin; de ogen zijn bruin en de snavel is rood. De pop mist de rode keelvlek en heeft blauwe wangen. Er zijn elf ondersoorten die in geringe mate van elkaar verschillen. De ph.ph. wordt in het Nederlands Philippijnse hangparkiet of ook wel Vleermuispapegaai genoemd. Dit omdat zij de eigenaardige gewoonte hebben om onderste boven aan een tak ta hangen en zo ta slapen.

Broedgegevens: Over het broeden is weinig bekend. Wel werden er nesten gevonden in dode, oude bomen in de maanden April en Mei.

Eieren: Rond; 19mm.; wit van kleur; gewicht 2 gram. Legsel bestaat uit 4 à5 eieren.

Biotoop: De ph.ph. komt overvloedig voor in dichte wouden maar ook in bewoonde streken, zoals kokosplantages en boomgaarden. Meestal zijn ze in kleine groepjes. Zij voeden zich met nektar van o.a. kokosbloesem en vruchten en met insekten.

Voeding in gevangenschap: Mengsel van 1 deel lacterlac M, 1 deel basterdsuiker en 1/3 deel fructose. Hieraan wodrt een vitamine/mineralen preparaat toegeveogd. Dit tesamen wordt vermengd met 4 delen water. Apart verstrekt wordt ook een oplossing van: 1 deel honing, 2 delen water en wat stuifmeelkorrels. Verder wordt de voeding aangevuld met een mengsel van diverse geraspte fruit, bambix en sojameel, een bakje witzaad en wat meelwormen.

Kweek en huisvesting: De ph.ph. zijn gehuisvest in een ruime binnenvoliére. Temperatuur ± 25 C, Zitten samen met andere vogels o.a. een koppel Tangara’s (Tangara Cayana), een koppel Hapvogels (Calyptomena Varidis), en een koppel Roodkeelbullbull’s (Melanuterus Dispar). Het nestblok dat wordt gebruikt is in verhouding tot het formaat van de vogels nogal groot nml. 25 x 25 x 37cm. Met een invlieggat van 6 cm. Kleinere broedblokken worden niet geaccepteerd. Omdat de jonge vogels gevoerd worden met vloeibaar en kleverig voedsel dat aan de snavel blijft plakken, moet er opgelet worden dat er een bodem bedekker gebruikt wordt dat niet stuift omdat anders het stof aan de snavel blijft plakken. De kans op verstikking is dan groot. Ik zelf gebruik houtvezel. Normaal zorgen de vogels zelf voor bodembedekking (bij mij echter niet) door, net als sommige Agapornissen, tussen de veren stukjes schors en bladeren naar hun nest te dragen.
De vogels die bij mij tot broeden overgingen, waren ± 4 jaar oud. De paring begint met hofmakerij van de man door krijzend heen en weer te vliegen waarna de pop de paringshouding aanneemt en door de man bevlogen wordt. De man houdt zich vast aan de vleugels an voert de paring uit. Dit kan wel zo’n 20 seconden duren en dat een aantal malen per dag. Na een dag of 5, vanaf de eerste paring, wordt het eerste ei gelegd. De eieren worden om de dag gelegd. De pop begon na het leggen van het derde ei met broeden. De pop broedt alleen, het broeden duurt zo’n 20 dagen. Tijdens het broeden en het groot brengen van de jongen wordt het nestblok door de pop alleen verlaten om haar ontlasting kwijt te raken. Al die tijd wordt de pop door de man gevoerd. Het gewicht van het jong is na één dag 2,5gr. (zie voor verder verloop grafiek). Na 7 dagen komen de veren door. Na 11 dagen gaan de ogen open. Als het jong uitvliegt is het 34 dagen oud. Het zit volledig in de veren en heeft een gewicht van 35 gram. Het jong mist het rood op de kop, heeft iets blauw bij de snavel en de onderste dekveren zijn fletsblauw. De snavel is hoornkleurig. Het jong is zelfstandig na ± 70 dagen. Na 72 dagen komt het rood op de kop door. Als het een man zou zijn kan het wel meer dan een jaar duren voordat het rood op de borst doorkomt. Het eerste ei van het volgende legsel word gelged 2 dagen voordat het jong uitvloog. Dit broedsel is succesvol verlopen. Resultaat is 6 jongen in dat broedseizoen.

Hieruit blijkt dat het mogelijk is om voldoende jongen te kunnen fokken zodat, wanneer de import ven deze vogels stopt (en dat is zeker niet onwaarschijnlijk), het toch mogelijk is deze mooie en interessante vogel te blijven houden.