Purperkroonlori, Glossopsitta porphyrocephala

Door Harald Mexsenaar, Australië

Overgenomen met toestemming uit het Lori Journaal Internationaal.

Beschrijving
De rug is hoofdzakelijk groen, de borst lichtblauw, de oorbedekking geel-oranje, de snavel zwart, het voorhoofd oranje-geel, de kroon donkerpurper, de mantel lichtbruin, de voorkant van de vleugel is helder blauw en de binnenkant van de vleugel is rood.
Mannetjes en vrouwtjes lijken sprekend op elkaar, alhoewel sommige kwekers in staat zijn om een verschil in hun vogels waar te nemen. In mijn vogels is geen verschil tussen mannetjes en vrouwtjes en ik vertrouw alleen op het resultaat van surgically sexing. De vogels zijn 15-16 cm lang en broedrijp als ze slechts 6 maanden oud zijn. Het gemiddelde gewicht van 10 vogels bedroeg 49,8 gram.



Verspreiding
Deze prachtige kleine vogeltjes komen alleen in Australië voor. Opmerkelijk is het feit dat er twee verschillende gebieden zijn waar deze vogels voorkomen. Deze gebieden zijn gescheiden door een woestijn gebied van maar liefst 1500 km breed, de Nullarbor Plain. Het westelijk gebied loopt van Carnarvan, ongeveer 900 km ten noorden van Perth tot Esperence 600 km ten oosten van Perth aan de Great Australian Bight in West Australië. Het oostelijke verspreidingsgebied loopt van Eyre Peninsula ten westen van Aidelaide in South Australia tot het uiterste zuid oosten van New South Wales.
Het is de enige lori die echt thuis hoort in West Australië (de lori van de Blauwe Bergen of Trichoglossus haematodus moluccanus is later ingevoerd in WA). In South Australia, Victoria en New South Wales is deze lori vaak in gezelschap van de dwerglori. Net als de meeste lori’s treft men ze meestal aan in een grote vlucht. In het gebied waar ze voorkomen zijn volop stuifmeel en nectar te vinden. Vaak hangen ze aan de bloemen van typisch australische bomen en struiken zoals grevillea, eucalyptus, banksla, callistemon enz. Omdat ze ook in de boomgaarden fruit van de bomen eten zijn ze niet bijzonder geliefd bij de fruitkwekers. Purperkroontjes zijn niet bedreigd in het wild.

Algemeen
De vogels worden alleen door australische vogelliefhebbers gehouden. In tegenstelling tot wat altijd wordt aangenomen, zijn de afgelopen 10 jaar purperkroontjes ingevoerd in Europa. Men is er helaas niet in geslaagd om ze in ]even te houden, waarschijnlijk omdat men niet op de hoogte was van het speciale dieet dat voor deze vogels vereist is. Ook de kwekers in Australië hebben genoeg problemen gehad. Maar nu in 1996 worden purperkroontjes zonder enige problemen gehouden dat wil zeggen de problemen zijn niet groter dan met welke andere lori dan ook. Van de kleine lori’s die in Australië gehouden worden staan ze op de tweede plaats in populariteit na de dwerglori maar voor de bonte lori.

Voeding
Het dieet van purperkroontjes bestaat uit een nat en een droog voer, aangevuld met fruit.
In Australië zijn diverse kant en klare produkten verkrijgbaar. Een erg goed produkt is Shep’s Lorymix waar ik goede ervaringen mee heb. Voor kwekers die graag hun eigen mengsel maken heb ik het volgende recept:

Nat voer:
1 pakje van 125 gram Heinz High Protein Cereal
1 kop rauwe suiker
1/2 kop magere melkpoeder
1/2 kop Maltogen maltpoeder
1/2 kop glucose (of dextrose) poeder
1 theelepel multi vitamine poeder

Droog voer:
2 kopjes egg en biscuit
2 kopjes Heinz Rijst Cereal
2 kopjes rijst meel
1 kop glucose poeder
1 theelepel multi vitamine poeder

Ik bewaar het droog en nat voer in droge vorm in een plastic container in de diepvries. Het nat voer wordt dagelijks klaar gemaakt door er water aan toe te voegen, 1 liter water op 110 gram nat voer in droge vorm. Ze geven de voorkeur aan appel, maar ze zijn ook gek op zachte gedroogde vijgen, een schijfje maïs en wat groen voer zoals selderij en muur. Iedere dag krijgen ze ook bloemen uit mijn achtertuin zoals grevilleas, callistemon of hibiscus. In het kweekseizoen voeg ik tweemaal per week calcium in vloeibare vorm aan het nat voer toe.

Huisvesting
Al mijn kleine lori’s zijn gehuisvest in volières die 90 cm vrij van de grond staan. Elke volière is 90 cm breed, 90 cm hoog en 200 cm lang. De volières zijn over de hele lengte van plastic golfplaat voorzien. Over het laatste gedeelte (60 cm) is bovendien een met licht doorlatende beplating aangebracht. Het nestblok is achter in de volière. Ik gebruik nestblokken gemaakt van 20 mm dik vurenhout. De inwendige afmetingen zijn hoog 140 mm, breed 140 mm en 255 mm lang. Ze komen het nestblok binnen via een 55 mm rond gat. Aan de buitenkant zit voor deze opening een bamboe koker van ongeveer 10 cm lengte. Dit laatste geeft de vogels een veilig gevoel wanneer ze in het nestblok zijn. Het nestblok wordt opgevuld met 30-40 mm zaagsel.

De kweek
Ik kocht mijn eerste paartje purperkroontjes in april 1993 van Currumbin Bird Sanctuary aan de Gold Coast, 100 km ten zuiden van Brisbane. Het waren erg jonge vogels, slechts 4 maanden oud. Maar dit weerhield ze er niet van om dat jaar al te gaan broeden.
Purperkroontjes staan er om bekend dat ze binnen het jaar al broeden. Onder de juiste condities broeden ze als ze slechts 6 maanden oud zijn. Vanaf het begin konden de vogels bijzonder goed met elkaar over weg. Ze volgden elkaar overal, ze aten samen, namen samen een bad en inspecteerden het nestblok samen. Het duurde dan ook niet lang voordat ze in het nestblok verdwenen. Het -was inmiddels eind juli en ze begonnen er nu echt zin in te krijgen. Het zaagsel in het nestblok werd volledig over hoop gehaald en diverse paringen werden waar genomen. Eindelijk op 4 augustus was het resultaat van a] het harde werk zichtbaar, het eerste ei. Twee dagen later gevolgd door het tweede ei. Op de vierde dag ei nummer drie en het laatste ei werd op de zevende dag gelegd. Het broeden begon na het leggen van het tweede ei. Alleen het vrouwtje bebroedde de eitjes en ze kwam alleen voor hele korte periodes van het nest af. Ze werd in het nest door het mannetje gevoerd. Iedere keer als ze het nest even verliet werd ze door het mannetje achterna gezeten om haar zo gauw mogelijk weer in het nest te krijgen. Toch slaagde ze er in om wat nat en droog voer te eten. Om de eitjes te bekijken moest ik echt het vrouwtje van de eitjes af drukken, maar dat scheen ze niet erg te vinden. Zodra de eitjes gecontroleerd waren ging ze direct weer het nest in. Dit in tegenstelling tot de dwerglori’s waar een zacht klopje op het nestblok al voldoende is om het nest te verlaten. Ik controleer de eitjes altijd omdat ik wil voorkomen dat de vrouwtjes hun energie verspillen op onbevruchte eitjes. Na een broedtijd van 20 dagen kwam het eerste ei uit op 25 augustus, het tweede jong volgde twee dagen later. Het derde jong kwam op 31 augustus uit. 1 ei was onbevrucht. Dit was mijn eerste nest met jonge purperkroontjes en ik hoopte maar dat de ouders wisten wat ze moesten doen. Helaas ging 1 jong na slechts 2 dagen dood. Met de twee overblijvers ging alles verder prima en na ongeveer 11 dagen begon een grijs dons het zilver grijze dons te vervangen. De ogen begonnen na 9 dagen open te gaan. De ontwikkeling van de eerste veertjes begon na 16 dagen. De jongen zaten na 38 dagen volledig in de veren. Het eerste jong vloog uit na 41 dagen, het tweede na 43 dagen. Ik kreeg van andere kwekers het advies om zelfgemaakte Madeira cake aan de ouders ter beschikking te stellen zodra de jongen uit het ei zijn gekomen. Met alle volgende nesten heb ik dit dan ook gedaan. Deze cake heeft wat extra ingrediënten die de ontwikkeling van de jongen ten goede komen. Ik doe ook wat vloeibare calcium door het nat voer. De jongen werden door beide ouders gevoerd maar na 14 dagen waren ze in staat om voor zich zelf te zorgen. Nu was de tijd gekomen om ze in een aparte volière te plaatsen. De ouders begonnen onmiddellijk voorbereidingen te treffen voor de volgende broedronde. Daarom heb ik het nestblok schoongemaakt en gedesinfecteerd. Twee dagen later op 26 oktober werd het eerste ei gelegd, het tweede volgde 2 dagen later en het derde opnieuw 2 dagen later. Ondertussen ging het uitstekend met de beide jongen. Om te weten wat ik nu precies had moesten ze gesexed worden. Een dierenarts is in staat om dit te doen indien de vogels minstens 12 weken oud zijn. Ik maakte dus een afspraak en daar gingen we. Sexing zelf duurt slechts een paar minuten en het bleek dat ik een mannetje en een vrouwtje had. Het kon niet beter. Toen ik thuiskwam stond mij helaas een ware ramp te wachten, althans dat vond ik. Binnen een uur na thuiskomst viel het mannetje dood van de zitstok. Ik belde de dierenarts en hij adviseerde mij om de vogel terug te brengen voor een autopsie. Het bleek dat de vogel getroffen was door een massale interne bloeding. Volgens de dierenarts bestaat er altijd een kans van 1 op 500 dat er iets mis gaat na een kleine operatie als deze. Ik was helaas de pechvogel bij wie dit nu juist met mijn eerste jonge purperkroon moest gebeuren. Maar ik moet zeggen dat dezelfde dierenarts nadien nog vele sexings voor mij heeft gedaan en dat ik nooit meer een dergelijk probleem heb gehad.

Export
Helaas staat de australische wet export van deze vogels niet toe. Dit is bijzonder jammer daar deze vogels niet bedreigd zijn in het wild en in gevangenschap bijzonder makkelijk broeden. Ik zie geen enkele reden waarom vogels die in gevangenschap gekweekt zijn niet uitgevoerd mogen worden zelfs niet op een beperkte schaal. Ik ken een kweker die bewust geen nestblokken in zijn volières ophangt omdat hij anders te veel jongen krijgt. Ik heb gecorrespondeerd met de Australian Nature Conservation Agency betreffende dit onderwerp. Ze gaven echter geen enkel antwoord op mijn vragen en argumenten. Zij beseffen waarschijnlijk maar al te goed dat hun standpunt nauwelijks te verdedigen is.

Samenvatting
Purperkroontjes zijn harde, niet agressieve vogels. Ze leven vreedzaam samen met dwerglories. De beste broedresultaten behaalt men echter indien men per volière 1 broedpaar houdt. In een subtropische stad als Brisbane is extra verwarming in de winter niet nodig. Bescherming tegen zon, regen en storm is echter beslist noodzakelijk, daar deze vogel eigenlijk uit een koeler gedeelte van Australië komt (nou ja, wat heet koel in Australië) doen ze het waarschijnlijk beter in dat gedeelte dan in het tropische noorden van Australië. Een kweker ten noorden van Cairns vertelde mij dat hij een paar van zijn purperkroontjes verloor rond Kerstmis 1995 toen de temperaturen stegen tot 43 graden Celcius over een lange periode. In deze periode verloor hij niet een van zijn dwerglories. De zomertemperaturen in Brisbane stijgen soms tot 40 graden Celcius. Je hebt dan echt een sprinkler systeem nodig om de vogels af te koelen. Ze liggen dan plat op het gaas onder in de volière omdat het daar minder heet is. Alle lori’s tonen dit gedrag als het erg heet is.
Er zijn kruisingen bekend tussen purperkroontjes en dwerglories, maar ik heb ook een kruising gezien tussen een purperkroon en een bonte lori. Er bestaan in Australië nu ook kleurmutaties van purperkroontjes, de meest opvallende is een cinnemon. Deze vogel is bijna helemaal geel alleen de band boven de snavel is rood.
Een normaal legsel bestaat uit vier eitjes, een paar kwekers hebben mij echter verteld dat ze zes bevruchte eitjes van een paartje in het nest hadden. Een eitje weegt 3 gram en de afmetingen zijn ongeveer 21.0 * 17.0 mm.