Kweek met rode lori’s. (Eos bornea bornea).

Door omstandigheden gedwongen  had ik mijn koppel rode lori’s tijdelijk in een dubbele parkietenbroedkooi van 100 cm. lang en 50 cm. hoog en diep gehuisvest die in een ruimte stond waar de hele dag mensen vlak voor de kooien stonden. Op de bodem had ik een broedkast gezet met een oppervlakte van 30 keer 30 cm. en een hoogte van 40 cm. De vogels trokken uiteraard door hun felle rode kleur en hun speelse gedrag veel aandacht, maar ze trokken zich daar niets van aan , ze waren voor iedereen zeer tam en namen van iedereen stukjes fruit uit de hand aan. Zelf kon ik ze rustig over hun kop aaien en aanhalen en ze paarden zelfs regelmatig terwijl er vreemde mensen vlak voor de kooi stonden. Van eventuele gevolgen stelde ik mij uiteraard niet veel voor gezien de veel te kleine huisvesting in een drukke omgeving.

Op een gegeven moment viel het mij echter op dat de pop van achteren vrij dik werd en dat ze overdag steeds meer in het nestblok verbleef. Toen ik dan ook regelmatig het nestblok controleerde bleek er op zekere dag een ei in te liggen. Het bleef overigens bij 1 ei, dat trouw door de pop bebroed werd, s’nachts bijgestaan door de man. Sinds het leggen van het ei veranderde de tamheid van beide vogels van de een op de andere dag en werden ze enorm agressief, ik moest zelfs handschoenen aandoen als ik het voerbakje in of uit de kooi zette. Na 24 dagen broeden kwam het ei uit, jammer echter ging dit jong na 2 dagen door onbekende oorzaak dood. Na plm. twee maanden, de vogels zaten toen nog steeds in dezelfde kleine kooi, werden er opnieuw twee eieren gelegd, die echter onbevrucht bleken te zijn. Na weer plm. twee maanden lagen er opnieuw twee eieren in het nest. Deze waren wel bevrucht en ze kwamen met een tussenpoos van twee dagen allebei uit. De jongen werden de eerste dagen vermoedelijk alleen met kropmelk gevoerd, bij controle was nl. nauwelijks te zien dat er voedsel in de kropjes van de jongen zat. Ik was aanvankelijk dan ook van mening dat ze in het geheel niet werden gevoerd, maar dit werd na enige dagen beter, vooral toen ik onrijpe gras en onkruidzaden ging voeren, puilden de kroppen van de jonge vogels gewoon uit. Aan de de kleur van de kropinhoud was te zien dat de jongen hoofdzakelijk met deze onrijpe zaden gevoerd werden. Naarmate ze ouder werden veranderde ook de kleur van de kropinhoud, waardoor ik kon constateren dat er nu ook meer van de normale loripap gevoerd werd, tevens werden ze toen ook een weinig gevoerd met trosgierst. Toen de  jonge vijftien dagen oud waren werden ze geringd met vaste voetringen van 6 mm., wat ook nog enige spanning teweegbracht want hoe zouden de ouders hierop reageren.

Dit gaf echter geen enkel probleem, alleen waren de ouders zo mogelijk nog agressiever als ze al waren als de jongen uit het nest werden genomen, het was gewoon fantastisch zo dapper als ze hun jongen verdedigden. De jonge lori’s waren bij de geboorte bedekt met een wit dons, dat na ongeveer een week tot tien dagen veranderde in grijs. Na ongeveer drie weken kwamen de eerste rode veerstoppels te voorschijn en na plm. tien weken was hun hele verenkleed compleet, alleen de vleugel en staartpennen waren toen nog niet helemaal volgroeid. Op een leeftijd van bijna 3 maanden vlogen ze uit en werden toen nog enige weken door de ouders gevoerd tot ze geheel zelfstandig waren. De jonge lori’s zijn bij het uitvliegen bijna het zelfde gekleurd als de ouders, alleen is het rood nog doffer en ze hebben meer blauw in hun vleugels. Tevens hebben ze twee blauwe banden aan de zijkant van hun dijen, maar deze verdwijnen na de eerste rui, evenals het zwart van de snavel, dat op een leeftijd van plm. zeven maanden in rood verkleurt. Zelf gekweekte jonge lori’s worden over het algemeen uiterst tam en aanhankelijk, ik kon bij de jonge lori’s geen hand in de kooi steken of ze gingen er direct op zitten, onderwijl alles met hun tong , voorzien van een kwastje, betastend. Tot slot nog even over de ringen, later toen de jongen volwassen waren, bleken 6 mm. ringen maar nauwelijks groot genoeg te zijn. Ze sloten namelijk bijna geheel om de poot van de vogels en  het minste of geringste vuiltje of korreltje zand zou de ring kunnen klemmen zodat de vogel er last van zou kunnen krijgen. Ik zou daarom aan willen raden rode lori’s te ringen met ringmaat 7 mm. Al met al zijn rode lori’s beslist de moeite van het aanschaffen waard en als men het geluk heeft een goed kweekstel te hebben ( zoals mijn koppel dat in 3 jaar tijd 13 jongen heeft grootgebracht), zal men vast kunnen stellen dat rode lori’s tot de goed te kweken soorten mogen worden gerekend.

Fokke Beswerda.