Onze kweek met de Halfmaskerlori (Eos Semilarvata)

Door Arno en Gert Jonkers.

Mijn 1e Halfmaskerlori’s zijn vogels uit Singapore. Ik kocht ze in december 2005. Op dat moment hadden we de keuze uit 5 paren. Hiervan waren er al 3 verkocht. Maar de handelaar maakte het niets uit welke ik nam. Na bekijken van de vogels viel me al snel op dat ze niet allemaal even mooi blauw getekend waren. Er waren vogels bij die wel volwassen waren volgens hem maar flets en verwassen leken en er waren mooie getekende exemplaren. Wij kozen 2 paren uit die mooi getekend waren. Thuis gekomen hebben we de vogels apart gehouden, laten oversexen en getest op ziekten. En behandeld met preventieve kuren tegen onder anderen  Flagelaten en schimmel. Alles bleek goed. Na 6 weken is 1 paar in de volières van mijn vader geplaatst en 1 paar in mijn volières. De vogels kregen allen een volière van 3 meter bij 1 meter bij 2,20 meter ter beschikking. De beide ruimtes waren volledig overdekt en de temperatuur in deze ruimtes is altijd minimaal 15 graden. Beide paren kregen een diagonaal broedblok  met bodemmaten 20×20 cm en lengte 60 cm. Invlieggat is 7 cm. Op de bodem lag zaagsel. Alles leek goed te gaan tot een week na de plaatsing van het paar bij mijn vader de man plots dood lag. De andere vogels bleven echter wel leven. Omdat we niet verwachten dat we enig resultaat zouden boeken met de vogels en aan een man niet te geraken was besloten we om de losse pop te verkopen. Wat verbaasde ons enige maanden later had het paar bij mij toch eieren die bevrucht bleken en ook uit kwamen. De jongen echter gingen na 3 a 4 weken dood. Dit gebeurde nog een aantal malen waardoor ik letterlijk ten einderaad was. Alle autopsies ten spijt er kwam geen duidelijke oorzaak. Wel zaten de darmen vol met “vezels”. Een volgende ronde, we schrijven nu 2008, hebben we in overleg met J. Hubers en Gert van Dooren alle toevoegingen aan het voer zoals meelwormen, eivoer etc weg gelaten en de bodembedekking in het blok vervangen door grover materiaal. Op dat moment hadden de ouders alleen een voedermengeling  ter beschikking die Jos Hubers maakt. Deze kregen ze wel 3 x daags vers. De jongen groeiden erg langzaam maar bleven wel leven. Na 3 weken werden beide jongen geringd met 6 mm. Na ongeveer 90 dagen vlogen ze keurig uit geen veer verkeerd. Na seksen bleken het 2 poppen te zijn.


In begin maart 2009 volgt een nieuw legsel. Alles loopt weer voorspoedig en ik waag me er toch aan om weer toevoegingen aan het voer, dat we inmiddels zelf maken, te doen. Zo worden fruit en eivoer summier gevoerd. De jongen groeien weer voorspoedig en vliegen eind april uit.

Als de jongen uitvliegen zijn de ouders voor Eos vogels opvallend kalm en niet agressief. Ook schreeuwen ze niet alles bij elkaar. Na ongeveer 14 dagen eten de jongen zelfstandig.
Jonge halfmaskers hebben veel van de ouders ook het blauw op de juiste plaatsen. Maar wel veel fletser van kleur.
De jongen kleuren binnen ongeveer 11 maanden om naar het volwassen kleed.