Het geslacht Lorius.

Het geslacht Lorius bestaat uit acht soorten met in totaal dertien ondersoorten. Het zijn allemaal vrij forse vogels met een korte, brede staart en een totale lichaamslengte van plm. 28 tot 30 cm. Ze zijn hoofdzakelijk rood van kleur met groene vleugels. Tevens hebben sommige soorten verschillende gedeelten in hun verenkleed. De vogels van dit geslacht kunnen we met recht betitelen als de apen onder de vogels. Het is een kostelijk gezicht een paartje van deze prachtig gekleurde vogels door de takken in de volière te zien spelen of over elkaar heen te zien rollen over de bodem van de volière, elkaar met snavel en poten vasthoudend alsof ze in een hevig gewikkeld zijn. De meeste soorten kunnen in een onverwarmde volière overwinteren, mits ze maar de beschikking hebben over een goed geïsoleerd nachthok en een dikwandige slaap/nestkast, want ook deze vogels gebruiken het nestblok altijd ook als slaapplaats.

Als voedsel moeten ze het normale lorivoer hebben, aangevuld met wat wilgentakken of takken van appel en perenbomen. De meeste soorten hebben een behoorlijk hard stemgeluid, maar ze kunnen ook heel goed verschillende geluiden imiteren en zelfs wat woorden leren spreken. In het land van herkomst worden ze veel als jonge vogel uit het nest gehaald, waarna ze voorzien van een voetring die vaak gesneden wordt uit een of ander bot. Ze worden dan aan een ketting op een standaard gehouden en worden dan uiteraard zeer tam en vertrouwelijk met de eigenaar. Ook worden ze vaak als jonge vogel geleewiekt en dan los bij huis gehouden. Deze beide methoden zijn natuurlijk een kwelling voor het dier en vooral het leewieken, dat vaak op een ondeskundige manier en ook nog vaak aan beide vleugels gebeurt is een ramp voor de vogels omdat ze dan uiteraard nooit meer kunnen vliegen en verder als een invalide door het leven moeten. Zulke vogels kwamen we jaren terug nog al eens tegen in de handel, ze zijn dan meestal erg tam, maar als volièrevogel hebben we er dan niet zoveel aan. Ze worden dan vaak aangeboden als tamme papagaai, eventueel met spreekgarantie ( dit heb ik uit eigen ervaring). De soorten uit deze familie hebben allen een naakte oogring, die bij jonge vogels grijs is van kleur en van  volwassen vogels zwart. De vogels van deze familie zijn over het algemeen broedrijp op een leeftijd van 3 jaar en de  broedtijd  is in het algemeen 24 tot 26 dagen.

Fokke Beswerda.