De Dwerg hangparkiet.

De dwerg hangparkiet, Loriculus exilis

Door Heinz Lölfing, Duitsland

Samen met de nog kleinere pygmeepapegaaitjes is de  dwerghangparkiet, loriculus exilis, één van de kleinste papegaaiensoorten. De dwerghangparkiet wordt, zoals zijn naam al doet vermoeden, niet groter dan 10,5 cm. Bij de papegaaienhouders, zelfs bij gespecialiseerde liefhebbers in lori’s en hangparkieten, is deze soort vrijwel onbekend. Tot dusver is deze soort slecht in uitzonderingsgevallen door liefhebbers gehouden. Toch wil ik in deze site aan de geïnteresseerde vogelhouder deze soort voorstellen. Om te beginnen kan ik vermelden dat de ervaringen met deze soort niet positief genoemd kunnen worden. Waarschijnlijk heeft dit te maken met het voedsel wat ze in het land van herkomst, Sulawesi (vroeger Celebes geheten) eten. Het is een endemische soort.

Met zijn geringe afmeting van slechts 10,5 cm is hij één van de kleinste hangparkiet.
De vogel is overwegend groen van kleur, met een meer geelgroene borst en buikkleur. De snavel heeft een koraalrode kleur (helaas is de snavelkleur op de omslag veel te licht uitgevallen). De iriskleur van de mannetjes is geelachtig terwijl de vrouwtjes een bruine iris hebben. Beide geslachten hebben een roodachtige halsvlek die door groenblauwe veren omzoomd is. De vrouwtjes hebben over het algemeen een iets kleinere halsvlek als de mannetjes. De stuit en bovenstaartveren zijn rood.

Het verspreidingsgebied strekt zich over het noorden en zuidoosten van Sulawesi. Ze bewonen de mangrove bossen langs de kust maar ook de bosgebieden in het binnenland tot hoogten van 1000 mtr.
Door de overwegend groene kleur en de beperkte afmeting van de vogels vallen ze nauwelijks op in het groene bladerdek van de bossen en worden makkelijk over het hoofd gezien.
Buiten het broedseizoen trekken de vogels in kleine groepen over het eiland, waarbij ze constant naar voedsel zoeken die uit bloesems en nectar bestaat.
Dit nomadische bestaan heeft er wellicht ook mee te maken dat de status in de vrije natuur niet duidelijk is.

Het geluid wat deze vogels voortbrengen kan worden vergeleken met het geluid van de Celebes hangparkiet, Loriculus stigmatus, eveneens afkomstig van Sulawesi, maar is meer hoogtoniger zoals het tjirpen van insecten.

In Sulawesi zijn in zowel Februari als Augustus nesten gevonden in de stammen van dode palmbomen. Dit zou erop kunnen wijzen dat jaarlijks 2 legsels grootgebracht worden. Observaties in de vrije natuur zijn er nauwelijks geweest, waardoor de precieze details van deze hangparkiet beperkt zijn.

Ervaringen in de Avicultuur
In de periode 1907 tot 1909 schijnt deze soort regelmatig op de Europese vogelmarkten ingevoerd te zijn. Dr. Mayer kreeg in 1891 van de plaatselijke bewoners, 6 levende vogels die schuw en bang waren en wellicht daarom het aangeboden voer niet accepteerden en spoedig overleden.
Pas in 1982 wordt van een import van slechts één vrouwtje bericht gedaan. Het was de familie Michi uit Gaggenau die deze import deed. De vogel kwam in de vakkundige handen van
Dr. Karl-Ludwig Schuchmann van het natuurhistorisch museum Alexander in Bonn, alwaar het na korte tijd stierf.
Bij latere navraag bleek dat de kleine dwerg al in het land van herkomst, 7 maanden lang een brei van vruchtensappen en rijstmeel te eten had gekregen. Dr. Schuchmann heeft mij schriftelijk laten weten dat de vogel al na 2 weken is gestorven. Als oorzaak gaf hij de lange eenzijdige voeding in het land van herkomst aan. Hierna werd voor een periode van 18 jaar niets meer over deze vogel in gevangenschap gehoord. Het lukte een Italiaanse vogelhouder om via een Nederlandse tussenhandelaar in 1999 een paar Loriculus exilis te krijgen. De vogels werden in een kooi van 1 meter lang, 60 cm breed en 50 cm hoog onder gebracht. Als voeding werden vruchten zoals appel, peren en perziken gegeven samen met een lorivoer. Daarbij kregen ze een soort eierkoek. Het paar produceerde in 2000  helaas een onbevrucht legsel, welk overigens wel volledig bebroed werd.

Het is opmerkelijk dat Indonesië een aantal van 2131 verhandelde vogels opgaf in 1991; deze zijn vermoedelijk nooit verder gekomen dan de grens. In latere jaren (vanaf 1994) werden geen quota’s meer afgegeven.

Ik geloof niet dat er buiten hun zuidoost Aziatische eiland van herkomst ergens dwerg hangparkieten gehouden worden. Mij is in ieder geval wel bekend dat een vogelpark op Bali een aantal van deze soort bezit.