Basiskennis bij zieke lories deel 2.

Door Jos Hubers.

In het 1e. deel heb ik een aantal algemene zaken behandeld waar ik nu nader op in wil gaan.
De ziekenkooi: (40 cm. breed).
Het formaat; een ziekenkooi zou ik niet al te groot nemen of maken. Hoe groter de kooi des te moeilijker het is om deze op temperatuur te krijgen en te houden (wat uiteraard afhankelijk is van de omgevingstemperatuur). Het formaat wat ik zou willen aanbevelen ligt zo tussen de 40 en 7o cm. Breed,40 cm. Hoog en ook 40 cm. diep. Dat is dan exclusief de ruimte waar evt. apparatuur in is opgeborgen. Een voordeel van een kooi van 70 cm. breed is dat het wat beter geschikt is voor eventueel 2 vogels. Het kan gebeuren bij bijvoorbeeld een besmettelijke ziekte dat meerdere vogels ziek zijn en men geen andere mogelijkheid heeft dan ze samen te zetten. De meeste liefhebbers zullen niet meer dan 1 ziekenkooi hebben. Zelf gebruik ik kooien van 40 breed 40 diep en 40 hoog en grotere van 70 breed 40 diep en 40 hoog. De eerste voor kleine tot middelgrote soorten en de andere voor de grotere soorten, hoewel de grotere soorten ook in de kleinere kooi kunnen.

Indeling kleine kooi:
De keuze van de plaats van de zitstok is ook van belang. Het is van belang dat het zo geplaatst is dat de vogel niet met zijn kop tegen het dak komt maar ook van belang is dat de ontlasting niet tegen de zijkant van de kooi komt. Plaats de stok precies in het midden van de kooi en wel in de achterwand. Stok niet langer dan zo’n 15 cm. zodat we ervoor nog ruimte hebben om het voer en drinkwater te plaatsen zonder veel kans te hebben dat er ontlasting in komt. Zelf heb ik de stok zo’n 10 cm. boven de (gazen bodem). De staarten van de meeste soorten zullen niet de bodem raken, stella lories uitgezonderd maar dat is, zou ik zeggen het minst erge. Sommige soorten (zoals de kleine Charmosyna’s) kunnen hun ontlasting ver naar achter spuiten wat tot gevolg kan hebben dat de ontlasting op of achter de rand van de lade terecht kan komen. Het is daarom sterk aan te bevelen om de lade onder een L- profieltje door te laten schuiven. In commercieel gebouwde kooien wil dat nog wel eens ontbreken. Men kan het er uiteraard achteraf nog inmaken. Deze lijstjes kan men dan afkitten zodat er niets achter kan komen. Doet men dit niet moet men af en toe de lijstjes eraf schroeven om het vuil en eventueel bloedluis dat er achter zit, weg te halen. Op het lijstje kan men het gazen rooster leggen. Wanneer we de bodem verschonen kan de vogel in ieder geval niet ontsnappen. De voorzijde van de kooi kan men het beste van plexiglas maken. Hierin is met behulp van een aluminium frame een deurtje te maken. Hou de voorzijde een centimeter smaller dan de breedte van de kooi zodat het een niet te afgesloten geheel wordt (ventilatie). Men moet met aluminium U-profielen zowel aan de boven als aan de onderkant werken zodat men de plexiglas voorzijde er eventueel uit kan nemen om het schoon te maken. Doe dit met een zachte doek of spons omdat het anders uiteindelijk ondoorzichtig wordt door krasjes. Nog even terugkomend op de lade. Deze is in elkaar te lijmen door pvc plaat te gebruiken. Vergeet niet er een handvat aan te maken. De kooi zelf moet ook van afwasbaar materiaal zijn gemaakt en tevens de naden afkitten zodat daar geen plaats is voor water, vuil of ongedierte. In de kooi dienen ook warmte en lichtbronnen aanwezig te zijn. Men kan deze direct in de kooi plaatsen als in een apart compartiment. Als warmtebron gebruik ik een speciale warmtelamp van 60 Watt. Deze is voldoende om de temperatuur naar zeker 35 graden Celsius op te schroeven wanneer de kooi in een omgeving staat van zo’n 18 graden. Aangezien lories van nature nieuwsgierig zijn is het beter om de lamp in een kleine kooi in een apart compartiment te plaatsen. Zelf heb ik een compartiment van 15 cm. breed waarin de thermostaat,ventilator, warmtelamp en gloeilamp zijn bevestigd. In de wand tussen de kooi en compartiment zitten  drie uitsparingen gemaakt. Twee ervan zijn bedekt dor roostertjes, 1 boven en 1 onder. Wanneer de warmtelamp ingeschakeld is gaat ook de ventilator aan en gaat de warmte door een roostertje de kooi in. De derde uitsparing wordt afgesloten door een stukje plexiglas waar het licht doorvalt van een 7 watts lampje. Voor de sensoren die de temperatuur meten en de thermostaat kan men kleine gaatjes boren en die er door steken zodat ze in de kooi uitkomen.

Indeling grote kooi (70 cm. breed).
Eigenlijk is deze kooi hetzelfde als de kleine maar nu kan men makkelijker de lampen in de kooi bevestigen. Eventueel kan men ook met een warmtespiraal werken. Commercieel geproduceerde kooien willen nog wel eens uitgerust zijn met spiralen. Werkt men met een warmtelamp dan moet deze zeker 100 watt of meer zijn. Wanneer deze dicht bij het plafond geplaatst wordt, zorg er dan voor dat het van de kooi niet kan verschroeien. Eventueel kan men er een stalen plaatje boven maken. Zelf heb ik een kooi van een dergelijk formaat gekocht en er enkele modificaties aan uitgevoerd. Standaard bezat deze kooi twee zitstokken, een laag en een hoog. De hoge stok heeft als nadeel dat de ontlasting al gauw tegen de zijkant komt. De stok meer naar rechts monteren was geen optie gezien de plaats van het deurtje aan de voorkant en omdat de achterwand er zich niet voor leende om daar een bevestiging te maken. Dus de hoge stok eruit gehaald. Verder was deze kooi niet goed afgekit en kon er rommel achter de lade komen. Dus dat moest ook aangepast worden. Verder heb ik de temperatuurvoeler die aan het plafond bevestigd was laag aan de zijkant geplaatst. De warmte gaat eerst omhoog en daardoor was de temperatuur in sommige gevallen niet toereikend. Dit merkte ik toen ik er jonge lories in plaatste die ondanks de hoogste stand toch niet goed op temperatuur kwamen. Nadat ik de voeler laag had geplaatst was het probleem opgelost. Zelf geef ik de voorkeur voor zelfbouw zodat men kooien heeft die aan de specifieke wensen voldoen. Vergeet niet dat deze kooien ook gebruikt kunnen worden om vogels te acclimatiseren of zoals eerder aangegeven om  er jonge vogels, die om wat voor reden dan ook met de hand moeten worden grootgebracht, in te huisvesten. Heel belangrijk is ook om de kooi zeer regelmatig goed te reinigen en het liefst ook te ontsmetten. Iedere dag moet de bodembedekking worden vervangen. Het is belangrijk om deze bodembedekking (bij voorkeur papier) goed te controleren op de hoeveelheid en de kleur van de ontlasting. De hoeveelheid is belangrijk omdat zieke vogels nog wel eens de neiging hebben om erg te knoeien met het voer waardoor de opname niet goed bepaald kan worden. Ook kan door de warmte een aanzienlijke verdamping plaats vinden waardoor het voer uit kan drogen, vooral wanneer men kleine hoeveelheden voert. Neem dus een voerbakje dat een niet al te grote doorsnede heeft waardoor er geen grote verdamping plaats vindt maar pas op dat het bakje niet te licht is anders heb je weer kans dat het omvalt wanneer een vogel op de rand gaat zitten. Bij slechte voeropname kan men overwegen om het licht nachts te laten branden. Zoals geschreven doet men er goed aan iedere dag de bodembedekking te vervangen. De kooi schoonmaken en ontsmetten zou ik niet iedere dag doen omdat dat mogelijk te veel stress veroorzaakt voor de zieke vogel. De vogel zal er dan steeds moeten worden uitgevangen. Aan te raden is de kooi minimaal 1 keer per week uit te wassen en maakt de vogel er een te grote bende van dan tweemaal. Wanneer men de kooi ontsmet dan eerst goed uitwassen en drogen. Daarna ontsmetten met bijvoorbeeld een chlooroplossing  zoals Halamid of Virkon S. Het ontsmetten is zeer belangrijk; dus nooit een nieuwe vogel in een ziekenkooi plaatsen als deze niet eerst ontsmet is.