Meyerlori.

De Meyerlori (Trichoglossus flavoviridis meyereri).

Door Henk-Jan Michorius & Johnny Wierda, Nederland.
Met toestemming overgenomen uit Lori Journaal.

Verspreiding
De Meyerlori Trichoglossus f. meyeri treffen we aan op Celebes en Sulawesi, alwaar ze de bewoners zijn van begroeide berghellingen. Vaak zien we ze in groepen van zo’n 20 tot 50 vogels op hoogtes tussen de 500 en 2000 m. In het open laagland komen ze zelden voor.
Het is een algemeen en veel voorkomende soort, die vaak in gezelschap van ornaat lori’s, Trichoglossus ornatus, wordt gezien.
Tot het begin van de jaren ’70 was deze vogel in avicultuur vrijwel onbekend. Tegenwoordig worden ze wat vaker aangeboden en er wordt regelmatig mee gekweekt.

Beschrijving
De Meyerlori is overwegend donker groen van kleur. De borst- en buikbevedering is licht groen en geel gezoomd. De zwarte oogpupil is rood omzoomd. Een fraai contrast vormt de licht oranje snavel tegen het olijf-bruine van de kop. Dit wordt nog eens versterkt door de gele wangvlek. Met zijn geringe lengte van ongeveer 17 cm. is hij een van de kleinere vertegenwoordigers van het geslacht Trichoglossus. Uiterlijk kan in veel gevallen het geslacht bepaald worden. Zo is het voorhoofd bij de pop wat goudkleurig olijf en bij de man veel donkerder, meer naar de bruine kant. Ook zijn de wangvlekken bij de man intensiever geel van tint. Jonge vogels missen, zoals bij de meeste vogels met rood-kleurige snavels, de licht oranje snavelkleur. Deze is donker en zal pas na enkele weken de kleur van de ouder vogels aannemen. Vaak is in het nest al enig onderscheid zichtbaar tussen mannen en/of poppen. Bij twijfel kan endoscopisch onderzoek uitkomst bieden.

Huisvesting
Aan de huisvesting stellen de Meyerlori’s geen hoge eisen. Het mooist komen ze tot hun recht in een buitenvolière met nachtverblijf. Voor mensen met “gevoelige” buren, zal deze soort geen problemen opleveren, daar ze niet echt luidruchtig zijn.  
Als het, om wat voor reden ook, niet mogelijk is de vogels de beschikking te geven over een buitenvolière, dan kunnen ze heel goed binnen gehouden worden. Met een kooi van 1m x 1m x 0,6m nemen ze al genoegen en zullen, als ze er klaar voor zijn, ook tot broeden over gaan. Er zijn zelfs broedresultaten behaald in een kooi die in de huiskamer stond opgesteld. Dit wil natuurlijk nog niet zeggen dat we de vogel zo klein mogelijk moeten huisvesten.

Het dieet
Het menu van de Meyerlori in de vrije natuur bestaat uit nectar van verschillende bloemen en bloesems, stuifmeel, vruchten, groenvoer en kleine zaden. In gevangenschap bestaat het hoofdmenu uit een standaard lorivoer (Aves lorinectar), aangevuld met fruit, trosgierst en kleine zaden. Als we zo af en toe ook nog eens verse wilgentakken verstrekken, doen we de vogels daar een groot plezier mee. Het is een lust voor het oog om die kleine groene vogeltjes in het frisse groen te zien klauteren.                                                      

De kweek
De Meyerlori’s die ik in mijn bezit heb, heb ik uitgezocht uit een kleine importzending van zo’n 16 vogels. Alle vogels uit deze zending zagen er goed uit en hadden al geruime tijd bij de importeur gezeten. Het was winter en ik durfde ze niet direct in de kweekruimte te plaatsen. Daarom heb ik ze eerst zo’n 3 maanden in de woonkamer gehouden daar hier de temperatuur aangenaam was.
De kooi waarin ze zaten was voorzien van een agaporniden nestblok. De vogels hadden al snel grote belangstelling voor het blok. De man begon de pop meerdere keren per dag te voeren en er werden ook steeds vaker paringen waargenomen. Ik heb toen besloten, mede omdat het weer al aangenaam begon te worden, de vogels over te brengen naar de kweekruimte. Hier hebben ze de beschikking over een nachthok van 1,5m diep, 0,8m breed en 2m hoog en een buitenvolière van dezelfde afmeting. Het beviel ze van meet af aan goed in hun nieuwe onderkomen. Het agaporniden nestblok werd hier ook weer opgehangen en geaccepteerd. Nog geen 3 weken later was het eerste legsel van 2 eieren compleet. Deze bleken alle 2 bevrucht te zijn en kwamen na een broedtijd van 23 dagen uit. De jongen bij mijn koppel werden de eerste dagen praktisch alleen met trosgierst gevoerd. Ondanks dat er fruit en lorinectar (Aves) aanwezig was. Na een dag of 6 werd er steeds meer lorinectar gevoerd. De jongen verlieten na 50 á 53 dagen het nest maar de ouders bleven de jongen nog zo’n 2 weken voeren. Na de 2 weken werd het echter tijd om de jongen eruit te halen omdat het mannetje begon te jagen.

De Meyerlori’s broeden het hele jaar door en zijn niet aan een bepaald jaargetijde gebonden. Bij mij zijn ze bijzonder produktief geweest. In de ruim 10 jaar dat ik mijn koppel in bezit heb, hebben ze zeker 60 jongen groot gebracht. Het laatste half jaar is er echter niets meer gedaan. Waarschijnlijk heeft dit te maken met de leeftijd van de vogels. Voor zover ik kan nagaan moeten ze nu een leeftijd van ongeveer 12 jaar hebben. Tot slot wil ik zeggen dat mijn ervaring met de Meyerlori erg bevredigend is. Ze zijn sterk, niet luidruchtig en kunnen ook gehouden worden door mensen die niet al te veel ruimte ter beschikking hebben. Al met al een vogel die het houden meer dan waard is.

Literatuur
Roger Sweeney (1993), Handbook of Lories and Lorikeets

Beswerda, F., Lori’s

Forshaw, J.M. & Cooper, W.T. (1978), Parrots of the world

Rosemary Low (1983), Das Papagein buch

Deel 2.

Kweekverslag.